Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
196
den kelder liet vat, en vangen dan door middel van een' hevel, dien zij doof
het spondegat er in brengen, het vocht onder aan den trap op. De verklaring
van de werking des hevels is deze : De drukking van den dampkring op de
opening c tracht het water in de rigting vau c naar b op te voeren, en kan dit,
gelijk bekend is, tot op 10 el hoogte brengen. De dampkringsdrukking op de
vlakte e drijft daarentegen het water van e naar b. De luchtdrukking bij c
en e is dus even groot, maar bij c biedt haar eene kolom water tegenstand, die
de hoogte bc heeft, tei'wijl bij e slechts eene kolom vaii de hoogte 6 c haar
tegenwerkt. Bij e wordt de luchtdrukking dus minder van hare kracht ontnomen
dan bij c; zij houdt dus op de vlakte e meer van hare kracht over, en wel zoo-
veel als de drukking van de waterkolom d c bedraagt, dewijl b e en b d van ge-
lijke hoogte zijnde, aan de lucht eene gelijke drukking tegenoverstellen. Met het
dalen der vlakte d e neemt het verschil d c der beide kolommen voortdurend af,
en men ziet hieruit, dat het vocht van tijd tot tijd langzamer uit c zal vloeijen.
Het is gemakkelijk te begrijpen, dat wij, over de plaats e sprekende, even goed
dc opening a hadden kunnen noemen, dewijl de drukking op de vlakte e zich
tot aan a voortplant en de kolom a e met het omliggende water in evenwigt is.
Ook ziet men in, dat de hevel even goed bij andere vochten kan worden aange-
wend ; 2" iu welk geval de hevel het hooger liggende vat geheel zal kunnen ledi-
gen; 3° waarom de kromming b van den hevel zich tot op 10 el hoogte boven e
zal kunnen verheffen zonder hare werking te missen.
De hevel is somtijds ingerigt, zooals fig. 113 hem afbeeldt. Het einde a
wordt in het vocht gebragt, vervolgens de opening b ge-
sloten, cn aan c gezogen. Hierdoor ontstaat m de buis abc
eene luchtverdunning en het vocht wordt door de luchtdruk-
king in a opwaarts gedreven.
Mohr geeft in dc werktuigkunde voor den apotheker eene
zeer geschikte wyzc aan de hand, om zulk een' hevel te
maken (zie fig. 113a'). Hij laat daartoe vau eene gewone
lange ean-de-cologne-flesch den bodem afspringen, slijpt den
oneffen rand van het fleschje met zand glad af, cn vervangt
de plaats ^ au den bodem door eene kurk, waarin twee ga-
ten zijn geboord, die twee gebogene buizen kunnen opne-
men, zooals de figuur dit aangeeft. Zoo men nu den hals
van het fleschje met den vinger sluit en aan de bovenste
korte buis zuigt, begint de hevel op de beschrevene wijze
te werken. De fig. heeft van de ware grootte des hevels.
Dat werkelijk de luchtdrukking alleeu de oorzaak is van de aangeduide wer-
king des hevels blijkt, wanneer men in een smal, hoog glas vol water het korte
been ab (zie fig. 112a) hangt en in een ledig glas het lange b c, vervolgens
den hevel in werking brengt, de klok van de luchtpomp over de belde glazen
zet, en eindelijk de lucht weg pompt: het vocht loopt dan niet meer over.
Fig 113.


c