Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
r,g. 109.
bollen Het bestaat uit twee halve kogels van metaal a eil
b ((ig. 109), ieder van eenen ring voorzien. Een der bol-
len a heeft eene kraan g. De buis, die door deze kraan ge-
opend en gesloten wordt, plaatst men in de schroef n der
luchtpo;np (fig 99), bestrijkt den rand c d met een weinig
vet, of wel belegt hem met eene strook nat leder, zet ver-
volgens den halven bol b met den vlakken rand e ƒ er
boven op,, opent de kraan g, pompt de lucht uit de
holte tusschen de halve bollen weg, sluit vervolgens de
kraan weder, opdat er geene lucht indringe, neemt den
geheelen bol van de plaat af, en nu blijven de helften
aan elkander hangen, alsof zij een geheel uitmaakten.
Tracht men ze door middel der ringen van elkander te rukken, dan zal de
poging hiertoe vruchteloos zijn ; want de lucht drukt met zulk eene kracht de
twee deelen tegen elkander, dat deze reeds 300 pond bedraagt voor een' bol,
die slechts eéne palm middellijn heeft. Dit werktuig verdiende vooral vermel-
ding, omdat het een der eerste is, welke tot opheldering van de luchtdruk-
king (.lionde. jNIen noemt het de maagdenburger halve bollen, naar de woon-
plaats des uitvinders Otto van Guericke. Ilij nam er eenmaal de proef mede te
Regensburg in tegenwoordigheid van eenige vorsten, cn gebruikte daarbij halve
bollen van 7 a 8 palmen middellijn. De kracht *an 20 paarden was niet toerei-
kend, om deze van elkander te rukken.
De gewone zuig- of xvateifomp berust ook op de werking van de luchtdrukking.
Zij bestaat uit eene metalen of houten zuigpijp a
(fig 110), die in het water is geplaatst, en eene er
mede verbonden pompbuis b c, iu welke een zuiger d
op en neder kan bewogeu worden. Onderin de pomp-
buis, zoowel als in den zuiger, bevinden zich klep-
pen e en o, die zich beiden naar boven openen.
Wordt de zuiger d opgetrokken, dan verdunt zich
de lucht in de ruimte b d cn dus ook in want de
lucht in a opent door haar uitzettingsvermogen de
klep e, en stelt zich met de lucht in b d in evenwigt.
Die verdunde lucht drukt nu minder sterk op het
water in de buis a, dan dc dampkring op het buiten-
gelegene water fg. De dampkringsdrukking perst
dus de vloeistof in n naar boven. Bij het nederdalen
van den zuiger d wordt de lucht er onder zamenge-
perst, de klep e gesloten, doch o geopend, waardoor
de zamengeperste lucht naar buiten stroomt. Bij het
\einieuwde ophalen van den zuiger, verdunt zich de
lucht daar ondeï' en in de ziiigbuis a al meer en
r:g. 110.