Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
187
Fig. 105.
opeiie been twee stoffen, de lucht eu de kolom wijngeest,
die beide met den druk der kwikkolom in het geslotene heen
a b evenwigt maken. Verandert nu de drukking der lucht,
dan zal daardoor de stand van het kwik in de wijde buis
h c en die van den wijngeest, die er boven op rust, even-
eens verandei-en; maar eene kleine rijzing of daling
van het kwik en den wijngeest in het wijde been b c
zal eene zooveel maal grootere rijzing of daling van den
wijngeest in de [naauwe buis boven b c ten gevolge
hebben, als het aantal keeren bedraagt, dat de door-
snede der naauwe buis in die der wijde b c begrepen
is. bij den controleur wordt daarom dc barometerstand
op het been, dat met den wijngeest is gevuld, afgelezen.
Ik heb tot hiertoe voorondersteld, dat men bekend
was met de verandering, die de hoogte der kwikkolom
nu en dan ondergaat, want die bekendheid is onder alle
standen algemeen geworden. Ik moet echter deze zaak nader toelichten. De
barometerstand is inderdaad aan zeer vele veranderingen onderworpen. Dat
zulks v<K)r onderscheidene hoogten waar moet zijn, valt gemakkelijk te begrijpen:
want hoe meer men het oppervlak der zee nadert, hoe hooger en dus ook hoe
zwaarder de luchtkolom is, die op de oi)ene vlakte c d (fig. 103) van den kwikbak
drukt, en hoe meer dus ook het kwik in de buis opwaarts zal gedreven worden,
beklimt men echter den top van eenen berg, dan zal daar de luchtkolom, welke
op het kwik in den open bak rust, merkelijk ligter zijn, dientengevolge de
vloeistof in den kwikbak minder worden gedrukt, het kwik gedeeltelijk uit de
buis vloeijen, en even daardoor in deze dalen, /oo heeft het kwik in deu baro-
meter aan de oppervlakte der zee eene hoogte van 76 duim, en op den berg Etna
slechts 50 duim. Iemand, die zich van de oevers van het eiland Sicilië naar den
toj) van den genoemden berg begeeft, is daardoor alzoo van eenen last ontheven
van 3539 pond lucht. Zij, die hooge bergen beklimmen, getuigen eenparig, dat
hen in de hooge gewesten eene buitengewone gewaarwording aangreep; dat zij
zich als van eenen grooten last voelden ^ontdaan, maar dat zij ook na de minste
inspanning eene eigenaardige afmatting en benaauwdheid ontwaarden ! — De
beroemde reiziger Hujnbf)ldt werd, toeii hij zich op den Chimborazo bevond, het
bloed uit de lippen en het tandvleesch gedrongen.
Het is eene gewigtige opmerking, dat men met behulp der waarneming ,van
het verschil der barometerstanden, de hoogte van de luchtkolom kan kennen, die
men op eene of andere plaats beneden zich heeft. Dat evenwel die verschillen in
den stiind der kwikkolom in hoogere gewesten, waar de lucht steeds ijler wordt,
niet dezelfde voor eene bepaalde klimming zijn kunnen, als beneden bij het opper-
vlak der aarde, moet duidelijk zijn. Bij niet zeer groote hoogten kan men aaime-
men dat, waimeer men 300 el rijst, het kwik twee en een' halven duim daalt,