Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
186
Fuj. 104.
zeil en waargenomen. De hoogle van de kwikkolom moet
natuurlijk uitgedrukt worden door den afstand van den top
eofa tot aan het oppen^lak erf (fig. 103) of c (fig. 104).
echter met het rijzen van het kwik in de huis noodzakelijk
een dalen in den bak c rf of den korten hevelarm c gepaard
gaat, zoomoet de schaal /u" verschuif baar zijn, ten einde het'
nulpunt der verdeeling aan het benedeneinde met de on-
derste oppervlakte c van het kwik gehjk te brengen ; of wel
men moet het o punt der verdeeling in hel midden der schaal
maken, en van daar naar beneden en boven tot aan de beide
oppervlakten der kwikzuilen de afstanden aflezen; de som
dier afstanden zal dan de barometer hoogte uitdrukken. Wil
men die hoogte zoo juist mogelijk te kennen geven, dan moet
er zoowel op de uitzetting, die het kwik bij verschillende
graden van warmte ondergaat, als op de nederdrukking er
vandoor de capillariteit acht worden geslagen. Er zijn nog
vele andere inrigtingen, welke dienen, om met juistheid de
hoogle der kwikzuil te kunnen bepalen; maar wij moeten
deze met stilzwijgen voorbijgaan. Wij merken nog aan, dat
men Inet de punt van een metalen schuiQe k den hoogte-
stand van het kwik op zeker tijdstip kan aanwijzen eu daar-
door zien, welke veranderingen er sedert eene vroegere waar-
neming zijn voorgevallen. Sommige hevelbarometers zijn zoo beknopt ingerigt,
dat men ze geheel in eenen wandelstok kan sluiten, eu alzoo zeer geschikt,
om ze op reis mede te voeren. De opening in het korte been is bij zulk eenen
barometer zoodanig aangebragt, dat het kwik er niet kan uitvloeijen, welke
stelling het werktuig ook krijgen moge.
Men heeft, behalve de beschrevene, ook wijzerbawmeters, bij welke door eenen
wijzer den graad vau luchtdrukking of den barometerstand wordt aangegeven, lu
de hoofdzaak komen zij weder met de vorige overeen : men vindt er weder eeiiehe-
velvormige pijp, even als iu fig. IO4; maar op het kwik in den korten arm b c ligt
een kleine ijzeren drijver a (fig. 105), waaraan een buitengemeen ligt en getand
ijzeren staafje of trekkertje 6 c of ook wel een koordje is verhouden, dat bij rij-
zen of dalen het kleine getande rad d doet ronddraaijen. De as van dit bui-
tengewoon ligt beweegbare, kleine rad draagt eeneii wijzer e, die, door de be-
weging vau het radertje, de verdeelingen van een wijzerbord doorloopt. Op
dergelijke wijze zijn de zee barometers ingerigt; schudding en slingering van
het schip heeft bij deze soort op den stand des kwiks geenen den minsten in-
vloed.
Is op het opene korte bcen6cfie. 104nog eene naauwere buis bevestigd, die bo-
ven aan niet gesloten is en wijngeest bevat, welke op het kwik rust, dan wordt zulk
een werktuig eeu controleur genaamd. Er drukken in dat geval op het kwik in het