Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
V
eeiis worden eenige fijne naainaalden tot elkander getrokken, die men op de op-
pervlakte van het water ligt, vooral wanneer zij met een der uiteinden elkander
raken. Dat deze naalden niet zinken, ontstaat door de verklaarde spanning
der vochtatomen aan de oppervlakte. Deze proef gelukt vooral goed, wanneer
men de naalden tusschendoor de vingers trekt en ze dus eenigzins onrein
maakt, daar de vochtdeelen er dan niet aan hechten,
Eene andere, zeer opmerkenswaardige werking doet zich bij sommige vochten
op, wanneer ze door eene poreuze tusschenwand van elkander zijn gescheiden.
Giet men bij voorbeeld in een aan het eene einde door eene blaas gesloten lampen-
glas een weinig water, waarin kopervitriool-kristallen zijn opgelost, en dompelt
men dit geslotene einde ineen glas met water, zoo stijgt van tijd tot tijd het vocht
in het naauwe glas, terwijl dat in het wijde daalt. De beide vochten trekken name-
lijk elkander aan, maar het water kan sneller door de poriën van de blaas dringen
dan de koperoplossing. Dutrochet heeft dit verschynsel endosmose genoemd.
Ware er in het glas eene kopervitriooloplossing en in het lampenglas water ge-
weest, dan zou er zich eene omgekeerde werking vertoond hebben. Het water
zou uit den cilinder naar buiten getrokken zijn ; dit noemt Dutrochet exosmose.
Zoo men in het binnenste glas eene zout- of suikeroplossing, zwavelzuur, wijn-
geest, eiwit, enz. hadde gegoten, dan zou zich een gelijksoortig verschijnsel heb-
ben opgedaan. De endosmose of exosmose duurt zoolang, tot beide vochten
daor hunne vereeniging gelijksoortig zijn geworden. Deze werking der vochten
speelt in vele gevallen, vooral in de dierlijke en plantaardige ligchamen, bij de
opzuiging en verdere verplaatsing der voedende sappen, eene voorname rol.
De holligheden of cellen der planten bevatten eenigzins lijvige of dikke voch-
ten, zooals gom, suiker, eiwit enz. Deze cellen zijn door dunne vliezen omslo-
ten, en die dunne vliezen laten het aardvocht door, even als de dierlijke blaas
het water doorliet. Inde cellen worden daardoor die stoffen, in het aardvocht
begrepen, door het cellensap opgenomen, welke tot voeding van de plant kunnen
dienen; terwijl dezulken niet worden doorgelaten, welke aan de plant niet nut-
tig kunnen zijn.
Dat de opstijging van het vocht bij de boven vermelde proeven en ook bij de
planten, tegen de v^•e^ten van de drukking der vochten in, zich zoo ver in de
hoogte kan uitstrekken, wordt daardoor verklaard, dat de poriën van het poreuze
tusschenschot, dat de vochten scheidt, te klein zijn, om die drukking voort
te planten, maar groot genoeg, om eene chemische werking der vochten toe te
staan.
Thans zouden wij te handelen hebben over de werking der druipbare vloei-
stoffen als zij in strooming of in beweging zijn. Wij zullen dit onderwerp ech-
ter na dc beschouwing der eigenschappen van de lucht in oveiweging nemen.
Toepassing en.
Wanneer twee zeer in wijdte verschillende buizen met elkander gemeenschap