Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
overgestelde rigtingen met gelijke kracht werken, elkander Vernietigen. Zoeken
wij nu het verschil tusschen de opwaartsche en nederwaartsche drukking, dan
zien wij dat de eerste de laatste overtreft met het gewigt eener kolom -water, zoo
groot als het ingedompelde ligchaam, of met het gewigt eener uitgebreidheid van de
omliggende vloeistof, die zoo groot is als het ligchaam zelf, d. i, in ons geval met
10 v/igtjes.
Even als het gesteld is met dit eene ligchaam, zoo- is het eok met meer der-
gelijke gelegen, welke men als vereenigd kan denken (zie fig. 93). leder van
deze vereenigde ligchaampjes verliest zooveel aan gewigt, als
eene hoeveelheid der vloeistof weegt, die met elk dier prismaas
in uitgebreidheid overeenkomt; waaruit dan het gestelde aU
van aelf volgt. Nemen wij nu nog in aanmerking, dat men alle
ligchamen kan begrijpen te beslaan uit eene menigte prismaas,
dan ziet men, dat de Archimedische grondstelling onafhankelijk
is van den vorm der ligchamen.
De balans, op dergelijke wijze ingerigt als onder fig. SO is
vermeld, is zeer geschikt om de zwaarte der weggcstootenc
vloeistof, en daardoor ook het soortelijk gewigt der stoffen te
bepalen ; door dit middel zijn dan ook de tafels van het specifiek gewigt of de
digtheid der ligchamen vervaardigd (zie bladz. 28). Heeft men namelijk eerst
een ligchaam tn de lucht, dat wil zeggen op de gewone wijze gewogen, lïij
voorbeeld een stuk glas, waardoor men den cilinder r (zie fig. 90) heeft vervan-
gen, en bevonden, dat hel 27 lood weegt, terwijl het onder water gebragt
zijnde zooveel aan gewigt verliest, tlat men 9 lood in den cilinder g of in een
schaaltje, hetwelk nuni er voor in plaats heeft gehangen, moet werpen om het
evenwigt te herstellen, dan weet men, dat het glas 9 lood water heeft ver-
plaatst: daar nu 9 het derde gedeelte van 27 is, zoo ziet men, dat eene massa
waters, die gelijk in omvang is aan het glas, een derde der zwaarte van dit
laatste heeft, en eindelijk dat 1 kubieke palm glas 3 pond zal wegen. Op dus-
danige wijze geschiedt het met alle andere stoffen. Zijn zij zoo ligt, dat zij
drijven, b. v. kurk,of van dien aard, dat zij smelten, b. v zout, of wel bestaan
zij uit poeder.s, als stofgoud, dan zijn er zeer voldoende hulpmiddelen voor-
handen, om er hetzelfde grondbeginsel op toe te passen.
Er l)estaat intusschen een werktuig, dat langs eenen korteren weg het soor-
telijk gew-igt dor ligchamen leert bepalen.
Dit zeer vernuftig uitgedacht zamenstel (zie fig. 94), eene uitvinding van den
engelscheu natuurkenner Nicholson, bestaat geheel uit glas, somtijds ook uit
verlakt blik. Het bovenste gedeelte a is een schaaltje of schoteltje, hetwelk rust
op een zeer dun staafje b. Dit staafje is weder bevestigd aan een hol ligchaam
c, dienende om het werktuig eene betrekkelijk groote hoeveelheid water te
doen verplaatsen. Onder aan het holle gedeelte c hangt een korfje d, en daar-
aan weder een kogeltje c, dat met kwik is gevuld, en alleen dient, om het