Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
gesneden, zoo groot als de opening o, en dit schijfje met 20 pond bezwaard,
men zou dan ook eene kracht van 20 pond noodig hebben, om de stop in
O op hare plaats te houden. Werd daarentegen de stop o met 20 pond kracht
inwaarts gedrukt, de schyf p zou dan naar boven gedrukt of slechts met 20
pond op hare plaats kunnen gehouden worden. Dit bewijst, dat de vloeistof
ook van beneden naar boven de drukking overplant.
Zij a (fig. 77) een bak, met water gevuld, in welks deksel twee buizen b e
Fig. 77.
en cg zijn bevestigd, de eerste van een en de tweede
van licn vierkante duimen wijdte, elk voorzien van
eene goed sluitende stop of zuiger 6 en ef. Laat
nu de zuiger 6, in de kleine buis, op de oppervlakte
des waters gedrukt worden met eene kracht van 1
pond; dan zal, volgens het zoo even bewezene, op
eiken vierkanten duim oppervlakte van de wanden
des vats a een pond tlrukking worden overgebragt,
dus ook op de stop e ƒ, die zich in de groote buis
bevindt. Deze, 10 vierkante duimen oppervlakte hebbende, moet bijgevolg 10
pond drukking van beneden naar boven ondergaan. Plaatst men dus op dezen
grooten zuiger e ƒ eenen last van 10 pond, dan zaV deze met 1 pond op de
schijf b in evenwigt zijn; derhalve zal hier een gewigt van |0 pond door
eene kracht van 1 pond gedragen worden. Hierdoor wordt het zonderlinge ver-
schijnsel van den water- of hydrostatischen blaasbalg (fig. 78) verklaard. Dit
Fig. 78.
werktuig bestaat vooreerst uit twee houten borden a b
en c df door een' ledereu band a c d b verbonden, en ten
andere uit eene naauwe buis a e, die in eene opening-^an
het deksel is geschroefd en dus met de ruimte tusschen
de borden gemeenschap heeft. Laat nu die buis 1 vierkan-
ten duim wijdte of doorsnede en 1 el lengte hebben, dan
heeft zij, dewijl 1 el gehjk aan 100 duimen is, 100 kubieke
duimen inhoud, en kan, omdat elke kubieke duim water
de zwaarte van een wigtje heeft, 100 wigtjes of 1 ons wa-
ter bevatten. Neemt verder aan, dat de oppervlakte van
het deksel a 6 10 vierkante palmen of 1000 vierkante
duimen groot is, dan zal de drukking van het water
in de buis, dat is van 1 ons op eiken vierkanten duim,
eene drukking van 1000 ons of 100 pond tegen het vlak at te weeg brengen.
De genoemde geringe hoeveelheid waters heeft dan het vermogen, om eenen
last van 100 pond, op het deksel geplaatst, op te houden, en dat weinige
water brengt dus dezelfde drukking voort, als of er eene kolom water zoo
hoog als de buis, en zoo breed als het bovendeksel, op den balg rustte;
want daar het deksel 10 vierkante palmen groot, en de buis 1 el of 10
jïalm hoog is, zoo weegt gezegde kolom 100 pond.
7'