Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
lüLoefciieii op de wanden van de vaten, waarin zij zyn begrepen. De tak
der Natuurkunde, die zith hiermede onledig houdt, wordt doorgaans hydro-
stalica genoemd.
Wij zullen eerst de vochten als zonder zwaarte beschouwen, en hebben
dan vooreerst deze waarheid te vermelden : dc drukking, die dc oppervlakte
van een vocht ondergaat, verspreidt zich gelijkelijk in alle rigtingen door de ge-
heele massa, zoodat elk vochtdeeltje aan alle zijden even sterk wordt gedrukt.
Deze wet is een regtstreeksch gevolg van de volkomene bewegelijkheid der
atomen. Noch de kracht vau zamenhang (cohesie), noch het afstootingsver-
mogen der warmte heeft hier de overhand, lieide oefenen een gelijk vermogen
uit. De deelen kunnen dus in alle rigtingen, als het ware, over elkander he-
nengUjden, en zullen niet in rust geraken, alvorens zij allen gelijkelijk worden
gedrukt (zie bladz 34).
Zij ah cd (fig, 76) een wel gesloten vat (weet dat men in de Natuurku/jde
met den naam van vat alle bakken, kommen, pot-
I'ig. 16.
ten, enz. aanduidt). Laat dit tot aan de goedgeslo-
-p---jiJ tene stop of schijf e ƒ met water gevuld zijn; wordt
v^l - f stop nu met 100 pond bezwaard, dan zal zij,
e
teji gevolge der zwaartekracht, naar beneden in de
vloeistof trachten te zinken; doch het water verzet
zich hiertegen, want het is ondoordringbaar. Ver-
,1 T beeldt u nu eens dc hoeveelheid waters onder e f in
lagen atomen of moleculen g h, ik, enz. verdeeld,
en neemt, zooals gezegd is, de zwaarte der waterdeelen niet in aanmerking; dan
wordt de bovenste laag g h, die onmiddellijk onder de stop ligt, door 100
pond gedrukt, en zij rust met dat gewigt op de laag ik, die derhalve insgehjks
100 pond draagt. Deze laatste wordt weder door eene andere laag ondersteund,
die denzelfden last torscht; dit gaat al verder en verder voort, tot op den
bodem toe, zoodat deze eveneens gedrukt wordt, alsof de met 100 pond be-
ladene stop ef er onmiddellijk op rustte. De geheele bodem heeft dus den
geheelen last te dragen, de helft er van 50 pond, en de honderdste part slechts
1 pond, hetgeen van zelf duidelijk wordt, indien men zich maar voorstelt, dat
i\e vloeistof uit een zeer groot aantal kolommen waterdeeltjes bestaat, welke
ieder een gedeelte van de drukking ondervinden.
Hieruit volgt : dat de drukking zich van hoven naar beneden laagsgewijze
verspreidt, en niets van hare kracht verliest; 2® dat zij op alle plaatsen in de vloei-
stof dezelfde is; en 3« dat zij vermeerdert of vermindert, naar de uitgebreidheid der
vlakte, die men in aanmerking neemt.
Maar niet alleen blijft de drukking vau boven naar beneden dezelfde,
zij verspreidt zich ook zijwaarts. Maakt men iu o eene opening in het
vat, dan zal de vloeistof er nitloopen; dit ziet men, wanneer er door eene
kraan bier, wijn, olie, enz. wordt afgetapt. Werd uit de slop ef eene schijf;)