Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
Onder alle vochten is er geen meer algemeen verspreid en bekend, nuttiger,
en gewigtigerin de huishouding der natuur dan/lei water. Dat alom verspreide
vocht zullen wij derhalve doen optreden als de vertegenwoordiger van alle
vochten. Alle wetten aangaande de drukking, het evcmvigt en de beweging dezer
afdeeling van ligchamen, zullen wij op het water toepassen cn door proefnemin-
gen met water ophelderen en bevestigen. Men zal het behandelde dan verder
op andere vochten kunnen overdragen.
Alvorens wij tot de opsporing der genoemde wetten overgaan, kan het dus
niet ondienstig geacht worden, om het een en ander merkwaardigs van het
water in het bijzonder te vermelden.
Zuiver water is eene druiphare, doorschijnende, kleur-, reuk- en smakelooze
vloeistof. Nimmer wordt het op de aarde evenwel in zulk eenen zuiveren toe-
stand aangetroffen : altijil is het vermengd met vreemde bestanddeelen.
Het regenwater is vrij zuiver, vooral wanneer het in het oj>en veld wordt
opgevangen. Meestal echter bevat het verschillende vreemde stofdeeltjes, die
in <len dampkring zweven. Van deze stofdeelen ontstaan dc zoogenaamde
bloedregens, aschregem enz., die de onnadenkende vaak als voorteekens van
rampen aanziet.
Zeewater heeft eenen bijzonderen reuk en bitter-zouten smaak, dewijl het
zout, zwavelzure soda, koolzuren kalk enz. bevat
Rivierwater is meestal verontreinigd met eene menigte dierlijke, plantaardige
en delfstoffelijke ligchamen.
Bron- en putwater bevat dikwijls zeven of acht verschillende zelfstandighe-
den, al naarmate de gestelilheid van den grond, dien het doorloopt. Onder
deze zelfstandigheden bezitten eenige eene bijzondere geneeskracht, en van
daar dat men het water, hetwelk sommige bronnen oplev'eren, mineraal- of
ook wel geneeskrachtig water noemt.
In het dagelijksch leven onderscheidt men het water over het algemeen in
week cn hard water. Regen-, sneeuw- cn rivierwater noemt men gewoonlijk
week, bron- en putwater of water, dat eenige zouten bevat, hard. De eerste
soort lost dc zeep op, de tweede is tot wasschen met zeep ongeschikt.
Het is dikwijls noodzakelijk , vooral in scheikundige bewerkingenj om het
water van alle vreemde bestanddeelen te ontdoen. Dit geschiedt door ovei-^
halen, van welke bewerking reeds inde 13de les is gesproken. Het daardoor
verkregene water heet overgehaald of gedistilleerd water. Een distilleer toestel
is op de volgende wijze ingerigt (zie fig 74): A is een ketel van vertind koper,
distilleerketel genaamd, waarin het water, hetwelk men wil overhalen, zuiveren
of distilleren, gegoten wordt; daaronder ligt het fornuis. B is de helm of het
deksel van tin of koper, dat op den ketel wordt gezet. Hieraan bevindt zich
ter zijde een hals of eene buis, door welke de dampen uit het kokende water
in het koehat D worden gevoerd Dit koelvat is gevuld met koud water en
sluit iu zich eene lange tinnen buis C, die eene schroef- of spiraalvormige