Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
DERDE \FDEELING.
HET EVENWIGT EN DE BEWEGING DER DRUIP-
BARE VLOEISTOFFEN OF VOCHTEN.
ZEVEN EN TWINTIGSTE LES.
Over de Yocliten ia liet algemeen en het water
in het bijzonder.
Er is reeds op bladz. 20 en 24 verklaard, wat men door dntpvormige of
dnixpond vloeibare ligchamen verstaat. Men kent ze in het dagelijksch leven meer
bepaald onder den naam van vochten. Wij hebben aangetoond, dat de toestand
van vocht het gevolg is van het evenwigt, dat er bij deze stoffen bestaat tus-
schen het afstootingsvermogen der warmte, en de cohesie of aantrekking der
vochtatomen onderling. Men stelt zich voor, dat de vochtmoleculen op een
ondenkbaar kleinen afstand van elkander worden gehouden door de afstootende
kracht, die elk van rondom op de omliggende moleculen uitoefent. Het aan-
trekkend vermogen meent men, dat zich bij elk vochtdeeltje op verderen afstand
uitstrekt dan de afstooting. Elk vochtdeeltje is door het grootst mogelijke
aantal moleculen van alle zijden omringd, en zoo men deze nader bij elkander
wil brengen, neemt de afstooting zoo sterk toe, dat zij alle krachten te boven
gaat, welke de mensch door werktuigelijke middelen in staat is voort te bren-
gen. Dit is dan ook de red(ïn, waarom men de vochten doorgaans als niet zamen-
£/rMA.6fTar beschouwt, (zie bladz. 17) hetwelk wij ook in het vervolg doe» zullen,
i Wanneer de kracht, die een vocht tracht zamen te drukken, ophoudt te wer-
ken, neemt het volmaakt weder zijne vorige uitgebreidheid in ; als zoodanig
zouden wij de vochten volkomen veerkrachtig kunnen noemen (zie verder bladz.
24). Door naauwkeurige proefnemingen met den drukkingsmeter van Oersted
heeft men bevonden, dat het water ijskoud zijnde, en gedrukt wordende door
1,03 pond op elke vierkante duim, slechts 51 millioenste deelen van zijne oor-
spronkelijke uitgebreidheid wordt zaïnengedrukt, alkohol 94, kwikzilver 33
en terpentijnolie 73 millioenste. Hieruit is gemakkelijk af te leiden, dat dus
100 kan water op eene diepte van 10 el onder het water slechts een' halveii
vingerhoed aan uitgebreidheid moet verliezen.
De naam druipbaar of drupvormig is aan ile vochten toegekend, omdat er zich
druppels van kunnen afzonderen. De verschillende grootte dier druppels bij
verschillende vloeistoffen bewijst, dal de cohesie niet bij alle vochten even groot
is. In liet algemeen geven de ligtst vloeibare de kleinste druppels, ünder d'J
ligtst vloeibare vochten lelt men kwikzilver, terwijl meu vette oliën onder de
minder vloeibare rangschikt.