Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
de last door deu weg 0, c en de magt doordien van b tot a bewogen zijn. Merkt
nu op, dat door
de magt hetzelf-
de is verrigt, als-
of het hellend
vlak niet ver-
plaatst ware; dat
^Ü slechts in
eene tegenover-
gestelde rigting
heeft werkzaam getoond, en de waarheid van het gestelde is bewezen.
De vooronderstelling van een hellend vlak, dat zich verplaatst, leidt als van
zelve tot de wig. Dit is een werktuig abc (zie fig. 71), hetwelk men kan be-
Fi.j 71. schouwen te bestaan uit twee tegen elkander liggende hellen-
de vlakken abd en acd. Het dient voornamelijk om hout of
blokken steen van een te splijten. De magt wordt aangebragt
op den rug b c, en werkt bijna altijd oogenblikkelijk of botsend,
zelden drukkend. Moeijelijk is het vermogen van dit werktuig
te bepalen. Bestond de wig slechts uit het stuk abd en be-
schouwde men den regel, voor het hellend vlak aangegeven,
hier van toepassing, dan zou de drukkende magt tot den last,
d. i. de wederstandbieding der aaneeuklevende houtdeelen,
staan als b d: ad; maar de kracht van zamenhang der onder-
scheidene soorten van ligchamen, en de moeijelijkheid, om de
sterkte van den slag te bepalen, zijn hinderpalen genoeg, om de juiste verhou-
ding van magt en last te kunnen aangeven. Dit is evenwel proefondervindelijk
bevestigd, dat de wig het meeste vermogen uitoefent, als zij scherp is, dat
Fig. 72.
Fig. 72rt. wil zeggen , als de
rug b c klein is in ver-
gelijking der lengte a d.
Wij zijn nu tot de
behandeling van het
laatste der enkelvou-
dige werktuigen, de
schroef, genaderd. Niet
een werktuig is meer
algemeen in gebruik.
Zij bestaat uit een'
cilinder of eene rol
ab (fig. 72), rondom
welke een draad, overal
Fig. 12b, evenwijdig aan zich
zeiven geslingerd is, en die volmaakt past in eene hol uitgekeepte openin'-