Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
beschouwt men de 21 halve oneen in de schaal p als maatstaf voor de gewogene
goederen, zoo zal het eveneens zijn of deze ook 21 halve oneen wegen. Debe-
driegelijke verkooper laat ook werkelijk 1 pond en een half ons betalen, en de
kooper wordt op elk pond een half ons te kort gedaan. Cij ziet gemakkelijk in,
dat dit bedrog aanstonds kan ontdekt worden, indien de beladene schalen
worden omgehangen, dat is, door de schaal 7 in plaats van p, en p in plaats
van q te stellen.
Ten einde evenwel met zulk eene valsche balans eerlijk, en dns naar behooren
te wegen, moet men de weegwijze van Borda gebruiken.
Deze bestaat eigentlijk in hetgeen wij zoo even hebben verrigt. E^st brengt
men de hoeveelheid af te wegene ponden inde eene schaal, met eenige steentjes,
zand, lood of iets dergelijks in de andere, juist in evenwigt; vervolgens neemt
men de bekende gewigten uit de eerste schaal weg, en legt er zooveel goederen
voor in plaats, dat zij met de tweede schaal, waarin de steenen liggen, op nieuw
in evenwigt zijn ; dan zullen deze goederen of koopwaren klaarblijkelijk aan de
weggenomene gewigten gelijk wezen.
Uit hetgeen aangaande den hefboom gezegd is, is het insgelijks duidelijk, dat
de armen der balans zeer verschillend in lengte kunnen zijn en het werktuig toch
geschikt om er mede te wegen, mits men die ongelijkheid maar inrekening brenge
Op deze waarheid rnst de zamenstelling van den unster. Dit is een hefboom
ab (fig. 59) met ongelijke armen a c en bc. Men kan bij dezen, door middel van
59 slechts één gewigt p,/oo;3er ge-
naamd, dat over de lengte van
den längsten arm bc schuift,
en waardoor de afstand van het
stennpunt c telken reize ver-
anderd wordt, lasten van ver-
schillende grootte wegen. Om
dit werktuig, onbelast zijnde,
evenwigt te doen maken, moet het korte einde a c veel dikker zijn dan de lange
arm bc. Vooronderstelt nu eens, dat ac eene halve palm lang is; dat de arm
6 c in deelen is verdeeld, elk eene halve palm groot en dat de looper p een pond
weegt. Hangt men nu in a t/cn pond, dan zal men het gewigtop 10 halve
palmen afstands van het beweegpunt c moeten plaatsen, om evenwigt te ma-
ken. Bij zulk een werktuig geeft derhalve elke verplaatsing des loopers van eene
halve palm, een verschil vaneen pond in den last aan. Een unster heeft wel
eens twee punten, waarin men den last hangt. Zij d zulk een tweede ophang-
punt en cd half zoo groot als ac; dan zal eene halve palm verplaatsing van
den loopcr natuurlijk 2 pond vermeerdering van den last aangeven. Deze
tweede verdeeling wordt gewoonlijk op de andere zijde van den unster bewerk-
stelligd, waar men dus de ponden kan allezen.
Er bestaan zeer vele soorten van weegwerktuigen, en onder deze zal ik er nog
van een melding maken.