Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
Ew. 58c.
middelste gedeelte der balans B C (flg. 586) voor. m n is eene dikke metalen schuif,
waarop de messen a bevestigd zijn. Dit metalen plaatje kan, door middel van de
schroef r s, in de opening v w op en neder ge-
schoven en daardoor het rustpunt a verplaatst wor-
den. De naald schommelt, wanneerde balans
op de kolom is gebragt voor de vlakte D E heen
(zie fig. 58c). Door de gezegde verplaatsing van
het steunpunt a kan dit juist m, beneden of boven
het zwaartepunt der balans gebragt worden, en
ook in ée'ne lijn met de ophangpunten a (zie fig.
57a) worden gesteld. Nog dienen de punten 6 en
b' (zie fig. 57rt en 586) om de balans valsch te
maken, daar zij door de ophangpunten der scha-
len in deze laatste te verplaatsen, armen van eene
ongelijke lengte verkrijgt. Men ziet, dat zulk eene
]■ balans van zeer veel gewigt bij het onderwijskan
ƒ S geacht worden.
ƒ ^ Van de zuiverheid eener balans hangt zeer veel
af. Zeker is er geen werktuig, waarmede meer
bedrog gepleegd kan worden dan met dit. Laat ons eens aannemen, dat de
eene arm der balans
wel in evenwigt is
met den anderen,
maar iets dunner
uitgeslagen , en
daardoor langer.
Stelt eens, dat al-
zoo de arm c a
(fig. 57) twee palm
lang is, en de arm
6 c een duim lan-
ger; dan staan de
armen tot elkander
als 20 tot 21, enbc
is een twintigste
deel langer dan a c.
Plaatst men nu 1
pond of 20 halve
oneen in de schaal
* en 21 halve on-
een in de schaal
p, zoo zal de balans in evenwigt zijn. Vervangt men verder de 20 halve oneen
of het eene pond in 7, door koopwaren, die ingelijks een pond zwaar zijn, en
6