Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
aan den een' arm uitdrukt, gelijk is aan de hoeveelheid van beweging aan
den anderen kant, namelijk m X c A, wainieer wij dus hebben: m X ck
(Q' X cg)-{-{2P X c/); hieruit volgt, wanneerwijaanbeidezijdendoorc/idee-
je,i: = (Q ^ ^9) ~l~ ^ ^^^^ laatste vergelijking leeren wij
c h
het gewigt m kennen, dat er noodig is, om bij zekere belasting een' doorslag te
verkrijgen. Twee omstandigheden kunnen nu medewerken, om m eene kleine
waarde te doen aannemen en dus de balans gevoeliger temaken: vooreerst wanneer
de teller klein wordt, en ten anderen, wanneer de noemer in grootte toeneemt.
De teller zal kleiner of de noemer grooter worden en dus de balans te
gevoeliger:
r. Indien Q of het gewigt der balans afneemt;
2\ wanneer cgoï de loodlijn op de rigting, waarin het gewigt Q werkt, klei-
ner wordt, en dit zal plaats hebben, wanneer het zwaartepunt d digt bij
het rust- of draaipunt c wordt gebragt;
3". zoo 2 P of de belasting der schalen afneemt;
4°. als de loodlijn c/verkort, eu dit zal het geval zijn, wanneer het midden iY
of «nader bij het rustpunt c wordt gebragt, met andere woorden, wan-
neer de lijn A B, die de ophangpunten vereenigt, tevens door het be-
weegpunt C gaat;
5*. ingeval de lijn ch en dus de armen an en bn van de balans zeer lang
worden.
Al wat aangaande de zuiverheid en gevoeligheid der balansen is gezegd, wortlt
door de demonstralic-bulans van Logeman duidelijk gemaakt. De zamensteller
was welwillend genoeg mij, op mijn verzoek, daarvan eene teekening af te
staan. Fig. 586 stelt de balans in haar geheel voor; zij rust op de kolom van
wier bovengedeelte men in fig. 58c eene afbeelding vindt; 6 en c zijn de stalen
platen, waarop de messen a (zie fig. 58rf) rusten. Deze laatste figuur stelt het