Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ik heb getracht} de natuurkundige waarheden op eene eenvoudige, overtuigende
wijze open ie leggen, heb volstrekt geene strikt mathematische betoogen aangevoerd,
zeer schaars hypothesen in het midden gebragt, en zooveel mogelijk de behandelde
waarheden op zaken, tot het dagelijksch leven betrekkelijk, nuttig toegepast. POUIL-
LET, MULLER, NEILARNOTT, LARDNER, KATER, WENCKEBACH, GIRARDIN enz. zijn
hierbij mijne voornaamste gidsen geweest. De figuren zijn meestal uit de werken de-
zer natuur- of scheikutidigen overgenomen. Bij de lezers heb ik geene meerdere kennis
voorondersteld dan die, welke zij op iedere welingengte school hebben kunnen ver-
werven, dat is, bekendheid met het nieuwe maten- en gewigten-stelsel en de leer der
evenredigheden.
Dewijl ik begreep, dal het in meer dan een opzigt nuttig zijn konde, vooral dat
het tot volmaking van het werkje zou kunnen strekken, indien het handschrift aan het
oordeel eens deskundigen onderwoijjen werd, die tevens over de geschikUieid der
daarin gevolgde leermethode konde beslissen, zoo wendde ik mij te dien einde, wel
wetende, hoe naauiv zich de beoefening der Natuurkunde aan die der ffiskunde
aansluit, tot den heer R. LOBATTO, professor in de Wiskunde aan de koninklijke
akademie voor burgerlijke ingenieurs te Delft. Met de grootste bereidwilligheid
doorliep de hoogleeraar het M. S., waaivoor ik hem mijnen opregten dank toebreng,
en spoorde mij, onder zeer vereerende betuigingen, ten sterkste tot de uitgave aan.
Dit beloonde reeds niet weinig de buitengewone zorg, aan de zamenstelling van het
boekje besteed, en {waarom zoude ik het om kennen?) vermeerderde de goede verwach-
ting, welke ik van zijne ontvangst koesterde. Het spreekt echter van zelf, dat ik
niettegenstaande deze gunstige oordeelvelling, zoo volkomen van het gebrekkige mijns
werks overtuigd blijf, dat ik mij genoodzaakt vind, de toegevendJieid van deskundi-
gen nederig in te roepen. ran hunne bescheidene teregtwijzigingen zal ik een
dankbaar gebruik maken.
Mogt de inhoud der volgende bladen dat nut stichten, hetwelk ik er mede poog ie
bereiken; moglen zij iets bijdragen tot eene meer algemeene beoefening der Natuur-
kunde; krachtdadig medewerken, tot het invoeren van opzettelijk onderwijs in deze
wetenschap op elke school in ons vaderland; mogt vooral de verwachting des ge-
jioemden hoogleeraars zich verwezentlijken, en het werkje bevonden worden, in dui-
delijkheid en rijkdom van toepassingen, de voorkeur ie verdienen boven de, alom in-
Duiischland zoo gunstig ontvang ene, Nalurlehre van HELMUTH of FISCHER, en te-
vens als waardig opvolger van BUIS, Natuiirkumlig Schooll)üek en de Volksna-
tnurkumle worden beschouwd, dan zou ik mij verblijden, ile weinige oogenblikken,
die mij van mijne veelvuldige bezigheden overig blijven, aan een hoogst nuttigen ar-
beid te hebben besteed.
G O R ï N C 11 E M,
October 1847.
DE SCHRIJVER, fj