Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
de middelste dwarsstaaf kan op en neder bewogen en de balans van de kussens
verwijderd worden; de einden a en b der balans zijn ingelijks van hard
staal vervaardigd, en de haken, waaraan de schalen hangen en die aan de ge«
noemde einden worden bevestigd, zijn aldaar gemakkelijk beweegbaar. I>e
schroeven a en b dienen hoofdzakelyk om de o])hangpunten der schalen juist
even ver van het midden der balans te houden.
Tot de vereischten van eene goede balans behoort ook, dat zij gevoelig zij , dit
beteekent, dat zij dadelijk naar de eene zijde overslaat, zoodra het gewigt aan
die zijde dat aan den anderen kant slechts zeer weinig overtreft. Gewoonlijk
meet men den graad van gevoeligheid af naar dat gedeelte van den grootsten
last, dien de balans dragen kan, hetwelk nog in staat is de balans te doen
overslaan. Eene goede balans moet ten minsten eene gevoeligheid bezitten van
dat wil zeggen, wanneer er op iedere schaal 60000 korrels (decigram-
men) of 6 kilogrammen gewigt ligt, moet de schaal nog met een korrel over-
slaan. Onze landgenoot Becker te Arnhem heeft eenen grooten roem, ook
buiten ons land, verworven door de naauwkeurigheid zijner balansen; de
door hem vervaardigde bezitten eene gevoeligheid, die zich boven uit-
strekt.
De gevoeligheid eener balans hangt hoofdzakelijk af van de wederzijdsche lig-
ging der ophangpunten voor de schalen, van het zwaartepunt en het draai- of
rustpunt der balans. Wij willen dit aantoonen. Stel B (fig. 58«) zij eene ba-
lans. Zij is buitengewoon breed genomen, opdat men al de lijnen beter zou kun-
nen onderscheiden. A en B zullen de ophangpunten der schalen, A B moge de
lijn, die deze punten vereenigt, of de lengte der balans, D haar zwaartej)unt.