Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
Maar wij liaJJen deze beide hoeveelheden krachts ook op eene andere wijze
kunnen verkrijgen, en wel door op de rigtingen, volgens welke magt en last
werkt, dat is op de lijnen u y en w r loodlijnen BG en Z? F uit het rustpunt B
neder te laten, en deze met de magt CP en den last A Q te vermenigvuldigen.
Wij krijgen dus in dat geval, wanneer er evenwigt bestaat, B F y^ A B G
X CP. Door de gelijkvormigheid der driehoeken A BF en AQD, en die der
driehoeken BCGenCEP wordt dit gemakkelijk aangetoond. Dezen laatsten meer
eenvoudigen weg slaat men dan ook gewooidijk in, om het evenwigt te leeren
kennen. Twee krachten, werkende aaneen hefboom, zullen dus met elkander ineven-
wigt zijn, wanneer de producten van de grootte van iedere kracht en de lengte der
loodlijn, die op de rigting, waarin zij elk afzonderlijk werken, uit het steunpunt
wordt nedergelaten, aan elkander gelijk zijn.
Stelt dus bij voorbeeld a 6 c (zie fig. 65rf) een' gebogeuen hefboom voor, a
het rustpunt, 6 rf de ri gting en P de
grootte van den last, chde rigting euQ
de grootte van de magt, dan zullen de
lijnen af en a h de loodlijnen zijn, die
uitliet rustpunta op die beide rigtingen
getrokken worden, ener zal evenwigt
bestaan, wanneer P X a ƒ ~ Q X ^ is.
Nog eene zaak kunnen wij niet stil-
zwijgend voorbijgaan, daar zij ons
veel dienst zal bewijzen, bij de verkla-
ring van de weegwerktuigen, die wij
in de volgende les zullen behandelen.
Wij hebben tot nu toe de zwaarte
van den hefboom niet in rekening ge-
bragt. Thans zullen wij den invloed
daarvan bij een' hefboom van de eer-
ste soort in overweging nemen. Laat a 6 (zie fig. 56c) zulk een' hefboom voor-
stellen, c zijn rustpunt, w dc last of «Ie wederstand, k de magt; dat verderp het
gewigt van den hefboom zij en rf het midden van den hefboom, en dus iu ons
geval zijn zwaartepunt, het punt derhalve, waarin wij ons het geheele gewigt
cl
Fig, 56e.