Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
111
boomsarm bc. I)U is ecu gevolg van het tweede gedeelte der beschouwing van
de in evenwijdige rigting werkende krachten, (ziebladz. 66). Irainers de ge-
wigten a en 6 zijn door de zwaarte niets anders dan twee evenwijdig werkende
krachten, ^len kan zich nog op eene andere wijze van de waarheid der boven-
staande stelling overtuigen.
Verl>eeldt u eens, dat de 4 pond in a (fig. 54) tot in d dalen, dan rijst het
punt b van den anderen hefboonisarm tot
in c, maar wat heeft erdoor die beweging
plaats gegrepen? — Het eene pond b heeft
den weg van b tot c, en de 4 pond dien van
a tot d doorloopen. Nu worden de cirkel-
omtrekken en hunne gelijknamige deelen in
dezelfde reden grooter, als hunne stralen of
middellijnen. Welnu, de punten a en b hebben de deelen ad en bc van eenen cir-
kel doorloopen. De boog b e bevat zooveel malen den boog a d, als de groote
hefboomsarm bc den kleinen arm ac bevat, dat is, 4 malen. Het ccne pond b
heeft zich derhalve door eene lengte van 4 el bewogen tegen dat de t;icr pond a
1 el heeft afgelegd. De snelheid van het eene pond is dus 4 malen zoo groot
geweest als die der vier pond, en de hoeveelheden van beweging zijn dus in
beide 4, want 4X1 1X4- Er kan dus geen schijn bestaan van een ver-
broken evenwigt.
Beschouwen wij nu a als de last en b als de mayt, dan houdt eene kracht van
1 pond inb een' last van 4 pond ina in evenwigt. — Heeft nu hier eene kleine
tnagt een groot vermogen voortgebragt, dit ligt daarin, dat de kleine magt zoo-
veel maal sneller zich beweegt dan de last, als de laatste de eerste in gewigt overtreft.
Ziedaar den regel, dien wij bij de beschouwing van alle werktuigen, hoe za-
mengesteld, bewaarheid zien. Bij den hefboom zal dus (zie fig. 49 tot 53) de
magt tot den last staan in de omgekeerde reden hunner afstanden van het steunpunt,
of, wat hetzelfde is, wanneer de krachtfcnof de gewigten ieder afzonderlijk met
de lengte der hefboomsarmen, waaraan zij werken, worden vermenigvuldigd,
moeten de producten gelijk zijn. Uit een en ander blijkt dus, dat men door
werktuigen eenen langen tijd van eene kleine kracht kan gebruik maken; tet-wijl het
dikwijls onmogelijk zoude zijn, om zulke groote krachten tevereenigen, die hetzelfde
werk sneller ten uitvoer brengen.
De hefboom is een werktuig, dat tot grondslag der zamenstelling van alle
andere werktuigen verstrekt, en dat dus wel naauwkeurig door ons verdient te
worden gadegeslagen.
Er zijn driederlei soorten van hefboomen. Over de eerste soort hebben wij
gesproken. In deze iigt het steunpunt c tusschen den last a en de magth (fig. 49 tot
53). Men noemt hem ook wel fwccnrmj^e hefboom. Hiertoe behooren de balans,
de schaar (in deze is het pennetje of boutje het steunpunt, de drukking der vin-
gers de magt, en de stof, die men moet doorknippen, de last), het dwarshout of