Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
leven voorkomt, nnluurlijke, natuurkundige oi physische he(hooni genoemd wordt.
Voor het overige heef^t men, wat den vorm betreft, verschillende soorten van
hefboomen, als: rcglUjnige {z'io fig. ^9), gebrokene (zie fig. 50) en gebogene hef-
boomen. De laatste soort bestaat uit
Fig. 50.

eene gebogene of kromlijnige staaf,
(zie fig. se«!.)
Wij zullen vooreerst den hefboom
als regthjuig en zonder gewigt be-
schouwen.
Dit werktuig dient voornamelijk, om zware lasten te verplaatsen of op te
heffen, van daar zijn naam. De ijzeren koevoet, dien de tinungrlieden gebrui-
ken, om balken om te kantelen, op te ligten of vooruit te duwen, de straatwer-
kers, om groote steenen uit te breken, de metselaar, om stevige muren te sloo-
l>ou, is niets anders dan een hefboom. Het punt n (fig. 51), waarin zich het
^ ligchaam bevindt, dat men wil
verplaatsen, heet naar aanleiding
van het vroeger gezegde het last-
punl; het punt 6, waaraan de
magt of de kracht werkt, het magl-
punt; het punt c, om hetwelk de
beweging geschiedt, wordt het
steun- of rustpunt genoemd, terwijl de deelen ac en bc de heßjomnsannen uit-
maken.
Onder welke omstandigheden zal nu dit werktuig in ruSt of in evenwigt zijn?
Is het rustpunt c (fig. 52) juist inliet
midden tusschen ile uiteinden a en b, dan is
het klaar, dat een zeker getal ponden in a
met een gelijk getal ponden in b in evenwigt
zal zijn. Wat toch zou hier de oorzaak van
het overslaan des hefbooms naar de eene of
andere zijde kunnen wezen ? Bij hefboomen tnet gelijke armen wordt dus tot het
maken van evenwigt gevorderd, dat er aan iederen arm gelijke krachten werken.
Dit is volmaakt in overeenstemming met het 1«« gedeelte van "t geen wij aan-
gaande de krachten, die evenwijdige rigting hebb-n, hebben gezegd (zie bladz. 65)
Ligt het gewigt b (fig. 53) op 4 maal groo-
teren afstand van het steunpunt r, dan
het gewigt a er van af ligt, zoo zal een
gelijk getal ponden in a en b niet meer in
evenwigt zijn, maar 1 pond in b de magt
bezitten, om 4 pond in a tegen te houden ;
met andere v^oorden, om het evenwigt bij dezen hefboom te bewaren, zal de
kracht, werkende op a c, 4 maal zoo groot moeten zijn als die, werkende op den hef-
Fig. 52.
r

Fig. 53.
Ù