Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
Jaatsteii mede, welke, door niets belemmerd wordende, bijna even hoog als de
l®ï®opspringt. Op dezelfde wijze verklaart men het verschijnsel met twee ballen.
Toepassingen.
Twee menschen, die tegen elkander loopen, ontwaren eenen schok, veel groo-
ter dan men in den beginne denken zoude.
Indien meu iemand met de vuist een'slag geeft, ontvangt hij, die slaat, een'
gelijken schok als hij. die geslagen wordt. De vuist is echter welligt geschikter,
om den slag te verdragen dan het ligchaamsdeel, hetwelk hij treft.
Twee schepen van verschillende grootte, in tegenovergestelde rigtingen te-
gen elkander varende, ontvangen eenen gelijken schok: — daarom bezwijkt
het kleinste eerder dan het grootste..
Iemand, wiens borst meteen zwaar aanbeeld is beladen, zooals meu dit wel
in de kermisspelen ziet, ontdekt schier niets van de slagen, die er op gegeven
worden.
Een kogel, die met eene zwakke lading wordt afgeschoten, benadeelt een oor-
logschip dikwerf meer dan een andere, die de grootst mogelijke snelheid bezit.
Indien een matroos, in eene boot gezeten, aan een touw trekt, hetwelk aau
een groot schip is verbonden, bewegen zich schip en boot beiden. Het eerste
echter bijna onmerkbaar. —
De schutter, zijn geweer niet tegen den schouder drukkende, ontvangt bij het
afschieten een' gevoeligen schok. —
Iemand, in een klein bootje geplaatst, zou vooruitgedreven worden, indien
er aan het roer een groote blaasbalg zich bevond, blazende in eene tegenover-
gestelde rigting
Eene boot kan niet voortgaan, indien iemand, achter in het vaartuig geze-
ten, met een' zwaren blaasbalg wind in het zeil blaast.
Een zwemmer kan zich voorwaarts voeren, indien hij handen en voeten ach-
terwaarts beweegt.
De beweging der vogels is met die der zwemmers gelijksoortig.
Balen katoen, of stukken kurk, rondom de schepen gehangen, brengen de
kogels des vijands langzamerhand tot rust, en maken ze derhalve onschadelijk.
Voor schepen, kogels, visschen, vogelen enz. bestaan er grenzen voor de
snelheid, waarmede zij zich in de vloeistoffen bewegen.
TWEE EN TWINTIGSTE LES.
Het zwaartepunt der ligchamen.
Wanneer men een liniaal met het midden op den vinger legt, dan blijft het
in rust of in evenwigt; het toont geene neiging, om aan de eene of andere zijde
van den vinger te vallen.