Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
verbazende zwaarte, voorzien van ijzeren banden, hetwelk door middel van
twee regte ti en vier schuine stangen dd aan de as a hangt; 3) eene spitse ijze-
ren punt e, welke door een cirkelvormige goot ƒ loopt, en haar spoor afdrukt in
weeke was, van welke de genoemde goot ƒ in eene genoegzame mate is voorzien;
door de lengte van dit afgedrukte spoor kan men weten, hoever de slinger is
voortgedreven door een' kogel, dien men in de rigting van het zwaartepunt des
slingers op het blok heeft afgeschoten. De slinger is gewoonlijk 3 of 4^1 lang
en 3 of 4 duizend jjond zwaar. Met deze massa deelt de kogelde hoeveelheid
van beweging, waarmede hij het ligchaam treft, en hoe nu uit de snelheid na
den stoot de snelheid van den kogel kan worden gevonden, laat ik aan uw eigen
nadenken over.
Al wat aangaande de botsing is gezegd, is een regtstreeksch gevolg van de ei-
genschap der traagheid Gij hebt duidelijk uit de verschillende gevallen en
voorbeelden kunnen ontwaren, dat de hoeveelheid van beweging na de botsiug
vermeerderd noch verminderd is, en dat ook de rigting der kracht niet door de
ligchamen werd veranderd. Gij zijt dus, zoo mogelijk, nog krachtiger over-
tuigd van hetgeen ik vroeger zeide, dat de ligchamen noch beweging voortbren-
gen noch vernietigen kunnen
Men drukt de verklaarde wetten ook wel uit door te zeggen: de werking is ge-
lijk aan de terug- of wederwerking. Men noemt het overbrengen van eene ze-
kere hoeveelheid van beweging de werking, en het ontvangen dier beweging
de terugwerking. Het verlies, tlat bij een dei ligchamen daardoor aan hoeveel-
heid van beweging ontstaat, wordt dan toegeschreven aan de terugwerking van
het andere.
Het is opmerkelijk, dat de beweging, die door eene ontploffing, het zij van
buskruid, het zij van zamengeperste lucht of dampen ontstaat, zich aan alle
k^ten gelijkelijk mededeelt en uitbreidt. Wordt zulk eene ontploffing in een
kanon bewerkt, dan beletten evenwel de wanden van het kanon de zijdelingsche
uitzetting, en de geheele werking bepaalt zich derhalve over de lengte des ka-
nons, waarin zij dan ook natuurlijk met gehjk vermogen, in twee tegenover-
gestelde rigtingen, geschiedt'. De werking voorwaarts, of naar den mond van
hetgeschut, stoot den kogel vooruit; die achterwaarts stuit tegen den achter-
wand der kanonkamer, en veroorzaakt daardoor eene terugstooting van het ka-
non, van zijn aftuit en al wat er aan verbonden is. Kogel en kanon bewegen
zich juist in tegenovergestelde rigtingen van elkander af. Beiden bezitten ge-
lijke hoeveelheid van beweging. De eerste gaat echter veel sneller voorwaarts
omdat zijne massa zoo aanzienlijk veel kleiner is dan die van het kanon. Zulk
eenen terugsprong ontdekt men niet alleen bij het kanon, maar ook de jager
ontwaart dien bij het afschieten van zijn jagtroer; zijn schouder ontvangt
eenen stoot van het geweer, zoo sterk alsof eene lading hagel of een kogel even
als die, welken hij afschiet, van buiten in het geweer kwam, en met dezelfde
snelheid, als de afgeschotene, tegen den bodem van den geweerloop stiet. Op