Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
voortgebragt, en wordt gevonden door de betrekkelijke massa of het gewigt
met de betrekkelijke snelheid te vermenigvuldigen. Wij zullen met de keniüs
dier waarheid thans ons voordeel kunnen doen.
Indien een bewegend ligchaam een ander ontmoet, dat in rust of in beweging
is, ontstaat er een oogenblikkelijke stoot, waarvan de uitwerking, behalve van
de massa en snelheid, afhangt van de rigting der beweging, de veerkrachtigheid,
hardheid, gedaante enz, der bewegende ligchamen. Wij zullen bij het waarnemen
van de verschijnselen, die zich daarbij opdoen, de ligchamen beschouwen eerst
als geheel ontbloot van alle veerkracht, daarna als volmaakt "Veerkrachtig. Geene
dezer onderstellingen kan juist zijn; alle ligchamen toch zijn eenigermate veer-
krachtig en niet een is het volmaakt; doch om tot eene bevattelijke verklaring
te geraken, moet men haar als waar aannemen.
Worden twee even zware, looden ballen (a en b, fig. 38), met dezelfde snelheid
tegen elkander geworpen, dan zullen zij in het
ontmoetingspunt (c) wel van vorm veranderen
en platter worden, maar daar verder in i'usl
Q—> } < m—® .... , , .. t
cc, c b want a verliest al zijne bewe-
ging in de rigting a c en deelt die aan b
mede. De bal b eene gelijke beweging in de rigting b c bezittende, wordt nu
door twee gelijke krachten in tegenovergestelde rigtingen aangedaan en moet
dus in rust blijven.
Diezelfde rust zal ook plaats hebben, al zijnde ligchamen {a en b) verschillend in
zwaarte, mits het kleinste slechts zooveel maal sneller bewogen worde, als het malen
kleiner is dan het grootste. Zij de bal a 8 pond zwaar en laat liij 9 el in de se-
conde afleggen. Laat b 6 pond wegen en 12 el in de seconde doorloopen, dan
is werkelijk 8: 6 = 12: 9, en wanneer deze ligchamen dan botsen, zullen zij
in rust geraken, want de hoeveelheid van beweging van a is gelijk aan 8X9
= 72 en die van b insgelijks 6 X 12 =72. De 72 deelen van a, in de rigting
a c, worden overgebragt op de 72 deelen van b, in de rigting b c, en moeten
derhalve elkander vernietigen. Alzoo zal een looden kogel van 1 ons zwaarte
eenen kogel van 50 pond moeten tegenhouden, indien de eerste slechts 500
maal sneller voortgaat dan de laatste.
Leveren de massaas en snelheden geene gelijke producten op, dan redeneert
men als volgt: Stelt dat «weegt 8 pond en eene snelheid bezit van 9 el in de
seconde, terwijl b, 6 pond wegende, eene snelheid heeft, waarmede het lig-
chaam 5 el in de seconde aflegt, dan is de hoeveelheid van beweging van a
8 X 9 72 en die van b slechts 6 X 5 iz= 30; 6 verliest door de botsing zijne
30 deelen, en geeft die aan a over, waardoor er 30 van deze, in de rigting a c,
worden vernietigd; — a houdt er dan 42 over, en zal hiermede b voortduwen
in zijne ontvangene rigting a c. Die 42 deelen zijn nu onder eene massa van
8 -h 6 = 14 pond verdeeld. De gemeenschappelijke snelheid in de rigting a c,
of in die van dat ligchaam, hetwelk de meeste hoeveelheid van bewe-