Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
Ten einde hierdoor de lengte van eenen secondeslinger te berekenen, dat is vail
eenen, die iedere seconde eene geheele slingering ^olhrengt, hebben wy alzoo,
1X1 = 1, het vierkant der seconden; 1 X ^,812 — 9,812, hetprodukt
der versnelling en het eerst gevonden getal; het vierkant van 3,1416 is bijna
9 812
9,87 en dit getal gedeeld op het voorafgevondene geeft eindelijk ■ = 0,994
el of 9 palm 9 duim en 4 streep, voorde gevraagde lengte. Volgen? de eerst aan-
gegevene wijze zouden wij iets meer verkregen hebben, want een ligchaam legt
in 1 seconde 4,9 el af, dat is 4 malende lengte van den slinger; 1 maal die
lengte is derhalve
4,9
1,2 el. Bedenkt wel, dat dit alles slechts ten ruwste
FIJ7.34.
is genomen, en daarenboven eene lengte aanwijst, die voor de ligging van ons
land geldt, want op alle plaatsen der aarde kan de slinger niet even lang zijn,
omdat de ligchamen niet overal eene versnelling van 9,812 el na eene seconde
verkrijgen. Ziedaar, waarom de slinger tot bepaling van de gedaante der aarde
kan dienen.
Niet alle slingers worden door de aantrekkingskracht der aarde bewogen.
Hangt men een gewigt aan eenen draad, zooals bij voorbeeld het staaQe
a b (fig. 6, blz. 26), dat wij ons voorstelden, als hangende aan eenen zilver-
draad, zoo beweegt zich het gewigt of het staa^e door de veerkracht van den
eenigzins gewrongenen draad. Ook in zakuurwerken wordt de beweging op
eene andere wijze voortgebragt. Hier vindt men een slingerend rad a b (fig. 34)*
hetwelk zich beweegt door middel eener veer c d, die rondom de as cf, van
het rad, of de zoogenaamde onrust ligt. De slingering heeft ook in dit geval,
zoowel als in den slinger, die door wrin-
ging bewogen wordt, volgens dezelfde wet-
^__—plaats, als die bij den enkelvoudigen
slinger zijn vermeld. De duur der schomme-
jJ lingen hangt af van de middellijn of den
^^^^^^^^^^^ straal des cirkels, die het draaijend of slin-
gerend ligchaam doorloopt; in het laatste
^ geval derhahe van den straal der onrust ab.
j f Die onrust doet, even als bij de huis-
klok, door middel van kleine metaalstukjes
g en A, die beurtelings tegen het getande rad i stooten, het laatste rondloo-
pen, dit brengt op zijne beurt weder andere raderen in beweging en deze ein_^
delijk ook den wijzer, die de slingeringen aanteekent. De uurwerken, door
zulke slingeringen bewogen, heeft men zoodanig zamengesteld, dat het rad,
bij elke verandering van warmte, dezelfde middellijn behoudt. Dergelijke ti/V/-
mc/er5 doen zelfs in een geheel jaar somtijds geene enkele schommeling teveel
of te weinig, en zijn voor den zeeman onontbeerlijk, om de plaats, waar hij
zich op zee bevindt, te kennen.