Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
wm
81
Toepassingen.
In een' korenmolen wordt liet koren tusschen twee ronde steenen, door eeue
opening aan het middelpunt, ingelaten, daar, door het ronddraaijen van den
bovensten sleen, fijn gewreven, terwijl het vervolgens door de middelpuntvlie-
dende kracht, als meel uit dc randen der twee steenen ncdervalt en wordt op-
gevangen.
Wanneer een wagen snel eenen hoek omdraait, loopt hij groot gevaar omver
te vallen. Het beste behoedmiddel daartegen is, de binnenzijde van den weg te
houden.
De spoorwegen mogen slechts eene bepaalde Haauwe kromming hebben; deze
kromming kan evenwel digt hij de stations of rustplaatsen sterker zijn.
De rijders, in cie bekende paardenspelen, buigen, by het rondrijden in de ren-
baan, het ligchaam aan de binnenzijde over. Vreezen zij aan dienkant te zullen
vallen, zoo zetten zij het paard toteenen snelleren loop aan.
Een natte stokdweil wordt door de schippers tusschen de armen snel rondge-
draaid, het water verlaat daardoor de dweil, en deze is weldra droog.
De honden, het water verlatende, maken eene met de dweil gelijksoortige be-
weging, teneinde zich \an het nat te ontdoen.
Natte rondtlraaijende raderen spatten sterk.
Het is voordeelig, bij het indrijven van bouten of spijkers in hout, den ha-
mer aan het einde des steels te vatten.
Wanneer een strooniend water plotseling in zijnen loop verhiuilerd wordt
door eene vooruitstekende punt lands of eene rots, verkrijgt het aan die punt,
of na het vloeijen om de rots, eene draaijende beweging; hierdoor ontstaan niet
zelden gevaarlijke draaikolken, en wordt somtijds ook het land meer en meer
uitgehold en ondergraven.
Indien de pottebakker op zijne schijf een half voltooid, uit zachte klei ge-
vormd vat plaatst, en dc schijf onder de behandeling snel rond draait, zoo
wordt het vat van zelf wijder en zijn werk dus bespoedigd.
De schaatsenrijder, een hoepel, een tol, een rollend stuk geld, worden allen
door de middelpuntvliedende kracht staande gehouden; en indien deze ligcha-
men naar de eene zijde willen overvallen, geschiedt ook aanstonds de beweging
naar die zijde, en het ligchaam geraakt hierdoor weder overeind. Ziedaar de
oorzaak dier dikwijls sierlijke en bevallige zwaaijingen van genoemde ligchamen.
NEGENTIENDE LES.
De \al langs het hellend \lak. De slinger.
Wij moeten thans over eene soort van kromlijnige beweging spreken, die ons
tot de kennis van een der merkwaardigste werktuigen zal leiden. Daartoe is
li*