Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verhrmiding. 80
Het ijzer koelt niet alleen de vlam af, daar het als goede wannte-
geleider haar de warmte snel ontneemt, maar het verhindert ook
den luehtstroom; een gedeelte koolstof blijft derhalve onverbrand,
en zet zich als roet tegen den lepel aan. Op deze wijze bereiden
de^horologiemakers zich het lampzwart tot het teekenen van do
wijzerplaten. Een licht geeft een onzigtbaren en renkloozen rook,
wanneer het rustig brandt, doch een roetachtigen en stinkenden,
wanneer men door blazen of heen en weder bewegen van het licht
de vlam afkoelt. Om vlecsch schielijk te rooken, verbrandt men
groen of nat hout, dit geeft een dikken zwarten rook, dewijl het
ntfl Ir'ri'ii Inmt -rrhittfi» , zoolang hot water hrrvctr,
en bij doao lago tamporatum- sloohtg onvoU.omon verbrandt.
117. jProef. Om de producten van de onvolkomen'verbranding
Pig. 65. nader te leeren kennen, vuile men een groot
reageerbuisje half met houtspaandertjes en ver-
hitte dezelve , nadat men de opening met eene
kurk gesloten heeft, waarin men eene glazen buis
of een stuk van een pijpensteel steekt. De
luehtvormige stoffen, die ontwikkeld worden,
moeten door de buis ontwijken, zij ontvlammen
aan een licht en brandt^n met eene weinig lich-
tende vlam. Onaangestoken rieken zij zuur en
branderig, maar bij het verbranden verdwijnt
deze reuk geheel. De vlam bestaat derhalve uit
verbrandende gas- of luchtsoorten. Ligchamen^
die bij de verbranding niet gasvormig worden, kunnen slechts
gloeijen, doch niet met vlam branden. In het reageerbuisje blijft
einaelijk houtskool over, die wegens gebrek aan lucht niet mede
kon verbranden.
118. Troef. Men herhale deze proef met steenkolen , leide het
gas door eene gebogene glazen buis in eene pneumatische trog en
vange het op de bekende wijze in eene flesch op. Het gas is
kleurloos cn brandt, aangestoken zijnde, als waterstofgas, doch
met eene veel meer heldere en lichtende vlam. Zijn hoofdbe-
standdeel is ook in der daad waterstof, waarmede zich echter
nog koolstof chemisch verbonden heeft. Langs de wanden van
het buisje vloeit eene olieachtige stof neder, die steenkolen-
teer heet.
In het buisje blijft tamelijk zuivere koolstof, de reeds genoemde
coaks over.