Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
Nkt-mtalen of metalldiien.
rook is derhalve waterdamp voorhanden. Hierdoor laat zieh ver-
Fig. 62. klaren, waarom er zich aan de buitenzijde van een
vat, dat men boven eene vlam verwarmt, zoo lang
het nog kond is, altijd waterdruppels vertoonen. Men
giete nu kalkwater in de flesch en schudde ze; het zal
troebel worden als melk en bij het staan een wit poe-
der (koolzure kalk) laten vallen. In den rook is dus
ook koolzuur aanwezig. Buitendien moet in den rook
natuurlijk ook nog stikstof voorhanden zijn uit de
dampkringslucht, die tot onderhoud van het vuur ge-
bruikt wordt.
Deze bestanddeelen treft men aan in den rook , die uit de schoor-
steenen van onze huizen opstijgt, hetzij dat deze door het ver-
branden van hout, steenkolen of bruinkolen gevormd is , en even
zoo in den onzigtbare luchtstroom , die van eene brandende wijn-
geest- of olielamp in de hoogte stijgt.
116. Blaast men een licht uit, dat eene lange pit heeft, zoo kan
men den rook, die daaruit opstijgt, op eenigen
afstand weder aansteken; deze rook bestaat uit
de brandbare luchtsoorten, waarin de talk door
de verhitting veranderd isj het is half ver-
brande talk, die eenen onaangenamen reuk heeft.
Na het uitblazen is de warmte niet meer toe-
reikende tot eene volkomene verbranding; deze
heeft echter weder plaats , wanneer men hem
door eenen brandenden zwavelstok verhit en aansteekt. Volkomen
verbrande, d. i. in koolzuur cn water veranderde talk bezit gee-
nen reuk.
Ontwikkelt men de trekgaten van eene brandende astral- of
argandsche lamp (112) met eene reep papier, zoo wordt de vlam
terstond duister en rood , en stoot een dikken zwarten rook uit,
die zeer onaangenaam riekt en een daar boven gehouden papier
met roet bedekt. Hier ontstaat eene onvolkomene verbranding van
Kg. 64. de olie door afsluiting van de lucht; een
gedeelte van de koolstof, die in de olie is ,
blijft onverbrand en ontwijkt als roet.
Hetzelfde geschiedt door afkoeling, b. v.
wanneer men boven de vlam van eene ge-
wone olielamp een blikken lepel houdt, zoo-
dat de vlam gedeeltelijk nedergedrukt wordt.