Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verbranding. So
zoo TV'ordt deze even zoo nedergedrukt als of men er een stuk blik
Pig. Cl. boven hield, er gaat slechts rook door dc
openingen van het gaas, doch geene vlam;
dat deze rook nog kan branden, ziet men
ligt, wanneer men er een brandend papier
in houdt. De reden, waarom hij evenwel niet
brandt, is deze: er wordt onder het doorgaan
door het gaas zoo veel warmte aan de vlam
onttrokken, dat zij daardoor tot beneden de
temperatuur wordt afgekoeld, welke zij noo-
dig heeft om te blijven branden; geeft men
deze daaraan terug, door er een brandend ligehaam bij te houden,
zoo ontvlamt zij op nieuw. Dit geschiedt ook van zelf, wanneer het
gaas wit gloeijend is geworden dewijl dan natuurlijk de afkoeling
moet ophouden.
Een beroemd Engelsch scheikundige heeft hiervan eene hoogst
nuttige toepassing gemaakt, om de zoo dikwijls in steenkolenmij-
nen voorkomende ontploffingen te verhinderen. In vele bergwerken
stroomt uit de spleten eene brandbare lucht (mijngas, schlagende
Wetter), die, wanneer zij zich in de dampkringslucht verbreidt,
met deze eene soort van knalgas vormt, dat den bergwerker ver-
pletteren en verbranden kan, wanneer hij met een brandend licht
in eenen gang komt, die met zoodanige lucht is opgevuld. Wanneer
men echter het licht van alle zijden met gaas omgeeft, zoo brandt
het knalgas slechts van binnen in het gazen omhulsel, zonder dat
de vlam door het gaas heen het overige gas kan aansteken; dc
mijnwerker heeft alzoo den tijd, om zich van deze plaats te ver-
wijderen , waaruit men daarna door gepaste middelen deze gevaar-
lijke luchtsoort verdrijft (de veiligheidslamp van »avï).
115. Bij het verbranden van waterstof wordt er water gevormd
(87), bij het verbranden van koolstof -koolzuur (G3 , 109). Deze
beide producten ontstaan ook bij do; 'verbranding van bijna alle
andere in het dagelijksehe leven voorkomende brandstoffen, want
de meeste brandstoffen bevatten waterstof e;i koolstof en verkrijgen
daardoor de vatbaarheid om te verbranden.
Froef. Men houde eene ledige, drooge; flesch boven de vlam
van eene brandende kaars, zoodat de zich vormende heete lucht-
soorten in haar opstijgen. De flcsch wordt inwendig beslagen; liet
beslag bestaat uit waterdruppels, die zich uit den rook verdigten,
wanneer deze den kouden wand van het glas ontmoet. In den