Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
Niet-metalen, of fiieialldiden.
Om te zorgen, dat alle lucht, die onder in het glas treedt, ter
onderhouding van de vlam wordt gebruikt, maakt men het glas
juist op de hoogte der vlam een weinig naauwer, zoodat de lucht
genoodzaakt wordt, langs de plaats, waar de verbranding ge-
schiedt, te strijken en daar ter verbranding kan dienen.
Wat de glazen voor de lampen zijn, dat zijn de schoorsteenen
voor de kagchels. Het is bekend , dat naauwe schoorsteenen beter
trekken dan wijde; uit de eersten ontwijkt de lucht warmer en
sneller en er stroomt dus ook eene grootere hoeveelheid koude
lucht naar het vuur, die eene grootere levendigheid in de ver-
braudiug veroorzaakt.
Proef. Deelt men het bovenste gedeelte van een lampenglas door
er een plankje in te steken in twee helften,
zoo brandt het licht voort, ook wanneer van
onderen geene lucht kan bijkomen. De rook
van een glimmend waslichje wordt er aan de
eene zijde, zoo als de pijltjes aanduiden ,
ingezogen, aan de andere zijde uitgedreven,
er ontstaat dus een luchtstroom van boven
naar beneden, waardoor het licht de tot de
verbranding uoodige zuurstof ontvangt, zoo
als ook uit de trillende beweging van de
vlam tc zien is.
102. Bij de vlam van gewone lampen en kaarsen kan de lucht
alleen van buiten toetreden en er heeft dus slechts aan hare bui-
tenste oppervlakte verbranding plaats doch niet te gelijk van bin-
nen , zoo als de donkere pit aantoont. Indien men echter ook van
Fig. 58. binnen lucht tot de vlam laat komen, zoo verdwijnt
deze donkere pit, er ontstaat een veel sterker licht en
eene meer volkomene verbranding. Het eenvoudigst
geschiedt dit door eene holle of cilindervormige pit of
kousje , waardoor de vlam eene kransvormige gedaante
aanneemt, en de lucht zoowel inwendig van beneden
af, als ook uitwendig van ter zijde kan instroomen.
Men noemt dergelijke lampen AEGAxn'sche lampen of
lampen met dubbelen luchtstroom. Eene gelijksoortige
inrigting heeft de zoogenaamde wijngeestlamp van bee-
ZELius, die men bij chemische bewerkingen algemeen
gebruikt, wanneer men een hoogeren warmtegraad
noodig heeft , dan door eene eenvoudige spirituslamp