Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Koolstof of carbonium. 83
weder met dc lucht in aanraking komt, met zijne eigenaardige
blaauwe vlam verbrandt.
VEEBRANDING.
111. Alle in het dagelijksehe leven voorkomende verbrandingen
ontstaan door eene snelle chemische verbinding van het brandbare
ligehaam met de zuurstof der lucht, het zijn dus oxydatieproces-
sen. De verbrande of geoxydeerde, d. i. met zuurstof verbonden
brandstoffen zijn meestal luchtvormig, men noemt ze rook; daarin
kan geene verdere verbranding plaats grijpen. Hieruit volgt, dat
men, om de verbranding te onderhouden, aan het vuur steeds ver-
sche lucht moet toevoeren en van hetzelve dc verbrande luchtsoor-
ten, den rook moet wegvoeren. Dit geschiedt door een luchtstroom.
Proef. Een stukje kaars wordt aangestoken en over hetzelve een
gewoon lampenglas gezet; het licht gaat spoedig uit, daar er geene
versche lucht van beneden bij kan komen. Eveneens gaat het licht
uit, wanneer men het glas van boven met een plaatje sluit, al
houdt men het van onderen zoo, dat er lucht kan instroomen, het
gaat uit, daar het ontwijken van dc verbrande gassen verhinderd
Eig. 56. wordt. Plaats men echter het glas, niet
gesloten, op een paar stukjes hout, zoo
brandt de kaars rustig voort; aan den
rook van een pas uitgeblazen waslichtje,
dat men beneden in de nabijheid van de
opening houdt, kan men zien, dat de
lucht er van onderen instroomt, en bo-
ven weder ontwijkt, nadat zij tot de
verbranding gediend heeft en daarbij
warmer en ligter geworden is.
Boven de vrije vlam van eene kaars
kan men de hand tamelijk nabij houden, zonder zich te branden;
maar is het licht door een glas omgeven ; zoo zal men de hand op
een' grooten afstand boven het licht moeten houden, eer men de
hitte kan verdragen; in het eerste geval breidt zich de warme lucht
naar aUe zijden uit, in het laatste wordt zij door het glas zamen
gehouden. Een gevolg hiervan is , dat dc warme lucht boven snel-
ler moet uitstroomen cn daarvoor beneden sneUcr koude moet
toetreden. Door dezen vermeerderden luchtstroom bewerkt het
glas eene spoedigere en meer volkomene verbranding cn eene meer
heldere en sterker lichtende vlam.
6*