Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
SCHEIKUN DIGE AVERTvIiN GEN.
I. Ieder weet, dat een stuk ijzer door gloeijing in hamerslag
verandert, door in vochtige lucht of aarde te liggen met roest be-
dekt wordt; dat het uitgeperste sap der druiven allengs in wijn
verandert en deze weder in azijn; dat hout in den oven , of olie in de
lamp bij het verbranden verdwijnt; dat dierlijke of plantaardige stof-
fen met den tijd bederven, verrotten en eindelijk geheel verdwijnen.
Hamerslag en roest zijn veranderd ijzer : het ijzer is hard, taai,
graauw-wit en glanzend; een tijdlang gegloeid wordt het zwart, dof
en broos , in vochtige lucht bruinachtig- geel en poedervormig. De
wijn is veranderde most: de zoete smaak van het druivensap is ver-
dwenen , terwijl een geestrijke smaak en eene verwarmende en be-
dwelmende kracht, die in de most niet aanwezig waren, daarvoor in
de plaats zijn getreden. De azijn is veranderde wijn: hij smaakt en
riekt zuur in plaats van geestrijk, en werkt, in de maaggebragt,
niet meer bedwelmend, maar veeleer verkoelend en bedarend. Het
bij de verbranding verdwenen hout of de olie moeten wij in de lucht
zoeken; beide zelfstandigheden veranderen door de verbranding in
luchtsoorten; bij deze verandering wordt tevens warmte en licht
ontwikkeld; zij geschiedt onder verschijning van vuur. Van derge-
lijken aard zijn de veranderingen, welke de plantaardige en dier-
lijke stoffen ondergaan, wanneer zij aan de lucht blootgesteld
worden. Zij veranderen, terwijl zij bederven of vergaan , allengs
in luchtsoorten, die meestal een zeer onaangenamen reuk bezitten.
Zulke verschijnselen, waarbij, dikwijls onder ontwikkeling van
warmte of verschijning van vuur, het gewigt, de vorm, de vast-
heid , de kleur, de smaak en reuk en de werkkracht der ligchamen
veranderd worden, zoodat daaruit nieuwe ligchamen met geheel
nieuwe eigenschappen ontstaan, noemt men scheikundige werkingen
of chemische processen.
Yan eenigzins anderen aard zijn vele andere verschijnselen, die
wij om ons heen waarnemen. Een steen valt naar de aarde terug ,
wanneer hij omhoog geworpen wordt; de zonnestralen, op een brand-
glas opgevangen, vereenigen zieh achter hetzelve en brengen daar een
verhoogden graad van warmte en licht voort; een spiegel kaatst een
1
_