Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Koolstof of earbonium. 79
lucht geuoeg kan bij komen. Het is, zoo als bekend is, onze
belangrijkste zwarte kleurstof (oost-indische inkt, drukkerszwart).
c) Coaks of verkoolde steenkolen zijn graauw, zeer hard cn
metaalglanzend; zij verbranden zonder roet, geven daarbij eene
zeer stérke lütte van zich en worden daarom als eene voortreffelijke
brandstof b. v. bij het ijzersmelten en in locomotieven gebruikt.
d) Beendercnkool of beenzwart heeft in hooge mate de eigen-
schap om vele kleurende en opgeloste stoffen uit vloeistoffen weg
te nemen, en wordt dus bij voorkeur in de suikerraffinaderijen
en voor de filtreertoestellen gebruikt.
Troef. Men overgiete in een glaasje eenige beenderenkool met
sterken azijn en late het mengsel, dat men nu en dan omroert,
op eene warme plaats staan. Zoodra men het zuur op de kool
brengt, zal men aanstonds eene opbruising bespeuren, die veroor-
zaakt wordt door het ontwijken van koolzuurgas.
De beenderen zijn zaniengesteld uit lijmstof, die bij verhitting
in gesloten vaten verkoold wordt cn uit onverbrandbare beenaarde,
die uit kalk bestaat verbonden met veel phosphorzuur en weinig kool-
zuur. Do beenaarde is in zure vochten oplosbaar, daarbij wordt
het koolzuur uitgedreven en de kool zelve blijft zuiver terug. Fil-
treert men de bovengenoemde vloeistof en giet men bij het ver-
kregen heldere vocht zoo lang salmiakgeest fecest van hersthoom)
totdat het na het omschudden daarnaar riekt, dan wordt het
grootste gedeelte der beenderenaarde weder als eene geleiachtige
witte stof afgescheiden.
Uit deze proef volgt, dat men zure gekleurde vochten door
bccnclercukool niet kan ontkleuren, zonder dezelve met bceuaarde
te verontreinigen. Om deze kool voor dit doel te kunnen gebrui-
ken moet men eerst door een zuur er alle beenaarde uit vcnvij-
dercn. Een deel der ontkleurende kracht van de kool gaat echter
daarbij verloren.
Buitendien bestaan er in de natuur nog twee soorten van kool-
stof met geheel verschillende eigenschappen:
e) Graphict of potlood (gekris-talliseerdc zwarte koolstof), eene
graauwe massa van een metaalachtigcn glans, die zoo afgeeft, dat
wij onze potlooden daarvan maken, doch die tevens zoo moeijelijk
verbrandt, dat men er smeltkroezen uit vervaardigt, welke dc
sterkste hitte kunnen doorstaan, zonder tc verbranden.
f) Diamant (gekristalliseerde koolstof) , is het hardste van alle
ligcliamen. Zij heeft wel is waar uiterlijk niet dc geringste over-