Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
80 Niet-metalen of metallovlen.
brandend lieht doen voortbranden, nog andere, die het uitblus-
sohen enz. Zij heeft ook aangetoond , dat in vele vaste en vloei-
bare ligehamen luchtsoorten verborgen of chemisch gebonden zijn ,
waarin men er naar het uiterlijke aanzien geene vermoeden zoude;
in kwik-oxyde b. v. zuurstof, in het water zuurstof en waterstof
enz. Men geeft aan deze luchtsoorten gewoonlijk den naam van
gassen; haar natuurlijke toestand is dc luehtvormige, zij verwisse-
len dezen slechts voor den vasten of vloeibaren , wanneer zij daar-
toe gedwongen worden. Hare verschillende digtheid wordt, even
als bij de vaste en vloeibare ligchamen (23), door specifiek-gewigts-
getallen uitgedrukt, doch men moet hierbij wel opmerken, dat
hier niet het water, maar de dampkringslucht als eenheid wordt
aangenomen. Zegt men derhalve, dat de digtheid van zuurstof
1,1057 is, dan wordt daarmede aangeduid, dat eene maat
zuurstof 1,1057 maal zwaarder is, dan eene even groote maat
dampkringslucht.
Vele andere ligchamen worden eerst luchtvormig, wanneer men
ze verwarmt; vele gemakkelijk, zoo als wijngeest en water, an-
dere moeijelijker, zoo als zwavel en kwikzilver; zij verliezen echter
den luchtvorm weder, zij worden weder vloeibaar of vast, wanneer
men ze afkoelt. Zulke luchtsoorten heeten dampen; zij zijn slechts
gedwongen luchtvormig, haar natuurlijke toestand is vloeibaar of vast.
100. De laatste vraag, welke wij aan de lucht te doen hebben,
is deze: welke zijn hare bestauddeelen ? want dat zij geene enkel-
voudige stof, geen element is, is reeds vroeger gezegd.
Proef. Men bindt een stukje zwam aan een' ijzcrdi'aad, giet
Kg. 51. eenige druppels spiritus op en plaatse het zoo
in eene kom met water, dat het zwam eenige dui-
men boven water steekt; dan steekt men den spiritus
aan en brenge er schielijk eene ledige glazen flesch
overheen, zoo diep, dat de opening zich een weinig
onder water bevindt. De vlam zal spoedig uitgaan
en eenig water in de flesch stijgen, te weten, juist
zooveel, als er lucht bij de verbranding verdwenen
is. De verdwenen lueht was zuurstofgas, dat zich
met de bestauddeelen van den spiritus verbonden
heeft. De flesch wordt met den vinger gesloten, ter deeg geschud en
onder water weder geopend, waarbij er nog een weinig water in komt.
De lucht, die nog in de flcseh is, heet stikstof, dewijl levende
dieren daarin stikken, brandende ligchamen uitgebluscht worden.