Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Lucht. 67
13i maal hoogere (32 voeten) laag water, (dat 13» maal ligter is
Fi". 45. kwik) , op haar rustte. Het instrument, waarmede
men de drukking der lucht kan waarnemen en meten,
heet barometer (zwaartemeter) , in het dagelijksehe le-
ven weerglas. Vult men eene 30 duim lange, aan
het eene einde toegesmolten glazen buis met kwik en
plaatst men dan het opene einde, terwijl men de buia
met den vinger toehoudt en omdraait, in een bakje met
kwik, zoo loopt het kwik, als men den vinger weg
neemt, er niet uit, maar daalt slechts eenige duimen,
omstreeks tot s. De hoogte van de kwikzuil van a h
tot s bedraagt ongeveer 28 duimen. De reden, waarom
het kwik niet meer daalt, ligt in de eenzijdige druk-
king der lucht. De buitenlucht (de dampkring) drukt
alleen op het kwik bij o i, en niet bij s, daar de buis
van boven gesloten is. De in de buis aanwezige kwik-
zuil is als een tegenwigt tegen de drukking der damp-
kringslucht te beschouwen, en wij besluiten daaruit, dat de laatste
even zwaar op de aarde weegt, als een kwikkolom van 28 duimen
hoogte zou doen. Indien men de buis van boven open maakte,
zoo zoude dc drukking der lucht aan beide zijden gelijk zijn en
het kwik zou uit de buis loopen. De ruimte boven het kwik bij s
is luchtledig, en men noemt haar naar den uitvinder van den
barometer, het luchtledige van tobbicelli. Bij de gewone baro-
Kg. 46, meters buigt men de buis van onderen om en voorziet
haar van eenen bol. Deze bol is open cn vervangt
het kwikbakje uit de vorige figuur. Ook liier heeft
eene eenzijdige drukking der lucht plaats; want de
dampkring kan alleen op het in den bol aanwezige kwik
drukken. De afstand van o tot aan het einde der
kwiklolom bedraagt eveneens omstreeks 28 duimen.
Legt men op de eene schaal eener weegschaal een
gewigt, zoo zal de andere stijgen; neemt men het weg,
zoo zal zij dalen; juist hetzelfde geschiedt bij den
barometer. Wordt dc lucht digter en zwaarder, zoo
drukt zij het kwik naar boven en de barometer rijst;
wordt zij dunner cn ligter, zoo drukt zij zwakker op de
opening van den bol, het kwik aan de bovenzijde zakt, terwijl het
beneden rijst. Om dit rijzénen dalen naauwkeurig te kunnen waar-
nemen , brengt men aan het bovenste gedeelte eene iu duimen en
5*