Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Lucht.
65
lucht heeft geene kleur en is doorzigtig; wij kunnen haar dus met
onze oogen niet zien; ook is zij zoo dun, dat wij haar niet met
de handen iunncn grijpen of vasthouden. Men kan intussehen
zeer gemakkelijk bewijzen, dat zij iets ligehamelijks is en elke
Kg 40 ruimte vult, die men in het gewone spraakgebruik
ledig noemt. Wanneer men de pijp van eenen trechter
met vochtig gemaakte papieren reepjes omwikkelt, tot-
dat hij luchtdigt in den hals van eene flesch sluit, en er
dan water in giet, zoo loopt dit niet in dc flesch: de
daarin aanwezige lueht laat het er niet in; ligt men
evenwel den trechter een weinig op, zoo vloeit het
zwaardere water terstond in de flesch, daar de lucht
nu ontwijken kan. Ook door weging kan men bewij-
zen , dat een schijnbaar ledig, d. i. slechts met lucht
gevuld vat, meer weegt dan een werkelijk ledig, waaruit men de
lucht gepompt hoeft. Zij is echter zoo ligt, dat 800 maten lucht
slechts zoo veel wegen als 1 maat water; desniettemin drukt zij
met zeer groote kracht op de aarde en al wat daarop is. Deze
drukking bemerken wij eerst dan, wanneer de lucht op eene plaats
weggenomen wordt en er daardoor eene eenzijdige drukking
(zonder tegendrukking) ontstaat.
91. Proef. Men omwikkele een houten staafje aan het eene
einde met werk, dat men met vet bestrijkt, zoo-
dat het als een zuiger in een reageerbuisje (dat
van vrij dik glas moet zijn) past. In het buisje
brengt men eenig water aan het koken, en zet
er , wanneer de lucht door den gevormden water-
damp uitgedreven is, den zuiger in; deze zal bij
het bekoelen van het buisje tot op de oppervlakte
van het water nedcrgedrukt worden. Bij verwar-
ming zal hij door den zich op nieuw vormenden
waterdamp in de hoogte gedreven, door het
glaasje in koud water te dompelen weder nedcr-
gedrukt worden. Ten gevolge der bekoeling wordt namelijk de
damp verdigt tot eenige dnippcls water, en de daardoor ont-
staande luchtledige ruimte is niet in staat eene tegendrukking
tegen het gewigt der buitenlucht uit te oefenen; deze drukt alzoo
den zuiger naar beneden. Geheel op dezelfde wijze wordtin vele
stoommachines de zuiger in den cylinderop- en nederwaarts bewogen.
92. De eenzijdige drukking der lucht kan bij vele chemische
5