Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
Niet-metalen, of fiieialldiden.
die men naar eenen kleinen toestel leidt, waaruit men zuurstof
ontwikkelt (59), drukt de blaas eerst in elkander, zoodat er geene
luelit meer in is, en vult ze dan met zuurstofgas. Is dit geschied,
zoo verwisselt, men de kurk met de andere, waarin een glazen
buisje past van slechts eenige duimen lang, dat aan de eene zijde
in eene punt uitloopt; men drukt een stukje was op de opening.
Zoodanige buisjes kan men gemakkelijk vervaardigen door eene
langere glazen buis onder gestadig omdraaijen in eene spiritusvlam
te verhitten, tot zij op eene plaats zoo heet geworden is, dat men
jijg gy haar in twee gedeelten kan uittrekken. Het dunne in een
draad eindigende gedeelte breekt men af en houdt het nog
eenige oogeublikken in het vuur, opdat de scherpe kanten van
de gemaakte fijne opening beginnen te smelten en daardoor
afgestompt worden. Do alzoo iugerigte en met zuurstof ge-
vulde blaas legt men nu op tigchelsteenen zoo hoog, dat de
spits van de buis juist tot aan de vlam van de waterstof
reikt, die men op de in de vorige proef gezegde wijze daarstelt.
Drukt men de blaas met de
hand, zoo moet het zuurstofgas
er uit stroomen, het blaast in
de waterstofvlam , welke daar-
door op de zijde gedreven wordt.
Deze vlam geeft maar een zwak
licht, zelfs zwakker dan te vo-
ren , en desniettemin bezit zij
de sterkste hitte, die men langs
den chemischen weg kan voort-
brengen. Men. houde in deze
vlam eenen araaa van platina, een metaal, dat in het sterkste
ovenvuur idet vloeibaar wordt, het smelt als was; men houde een
tot een dun staafje geschrapt stukje krijt in dezelve, het wordt zoo
gloeijend, dat hetzelve het meest verblindende licht van zich geeft
(sideraallicht). Een horologieveer of eene dunne ijzerdraad verbran-
den daarin met glinsterende vonken, gelijk in zuurstofgas (68). Van
waar echter deze geweldige hitte? Zij is schuilende in de beide gas-
soorten en wordt vrij, wanneer zij zich chemisch met elkander
verbinden. Bij elke chemische verbinding of ontleding wordt er
warmte vrij.
Naauwkeurige proeven hebben bewezen, dat 2 maten waterstof
zich altijd met 1 maat zuurstof tot water vereenigen, derhalve