Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zuurstof of oxngenium, 35
Oxyde noemt men dus de verbinding van een metaal met eene
grootere hoeveellieid zuurstof, oxydule de verbinding met eene ge-
ringere boeveelheid zuurstof.
78. Nergelijkt men de verschUlende hoeveelheden zuurstof, die
een en hetzelfde ligchaam kan opnemen, zoo vindt men tusschen
dezelve eene zeer eenvoudige verhouding, b. v.
bij zwaveligzuur en zwavelzuur gelijk 2 tot 3;
u phosphorigzuur en phosphorzuur » 3 » 5;
n kwikoxydule en oxyde it 1 // 2;
» ijzeroxydule en oxyde r 2^3.
Eene dergelijke eenvoudigheid en regelmatigheid komt bij alle
overige chemische verbindingen voor.
79. Onder de metalen, die men tot nu toe kent, zijn er eenige,
wier begeerte naar zuurstof nog niet voldaan is, wanneer zij reeds
tot oxyde geworden zijn, die alzoo nog meer zuurstof kunnen
opnemen, dan zij in het oxyde reeds bezitten. Men noemt de liier-
door gevormde oververzadigde oxyden: over- of superoxyden. Zij
zijn geene bases, d. i. zij kunnen zich niet met zuren tot zouten
verbinden; zij worden het echter, wanneer zij een gedeelte van de
zuurstof afgeven , hetgeen ligt geschiedt, wanneer men ze gloeit
of met zuren verwarmt. Het meest bekende en in de natuur veel
voorkomende overoxyde is de bruinsteen, die tot het bruin verwen
van het aardewerk-glazuur algemeen gebruikt wordt en eene
verbinding is van het metaal mangaan met zuurstof.
80. Dit overoxyde gebruikt men tot het verkrijgen van zuur-
stofgas in het groot; mcri doet het in eene ijzeren retort en verhit
het tot gloeijens toe. Gloeit men het alleen, zoo krijgt men J van
de daarin aanwezige zuurstof en er blijft mangaanoxydul-oxyde
over; doch gloeit men het onder bijvoeging van z^vavelzuur, zoo
verkrijgt men de helft van de daarin gebondene zuurstof, en in
de retort blijft mangaanoxydule terug, dat zich met het zwavel-
zuur tot een zout verbindt.
81. De zuurstof is ook eene behoefte voor aUc levende schep-
selen. Alle lucht, die wij inademen, moet vrije zuurstof bevatten;
ontbreekt deze daarin, zoo ontstaat er verstikking. De scheikun-
digen, die haar voor 70 jaren ontdekten en voor het eerst zuiver
verkregen, gaven haar daarom den naam van levenslucht. Later
noemde men haar ook vuurluoht, daar men bevond, dat elke in
het dagclijksehe leven voorkomende verbranding een oxydatiepro-
ces is, waarbij zich dc zuuretof der lucht met de bcstauddeelen van