Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zuurstof of oxygenium. 5S
gewigisverhoudingen. De leer van deze wet heet st'óchiorMlrif
.(van sfóchio, elementen en metrie, meetkunst).
71. Proef. De vloeistof in het glas e maakte blaauw reageer-
papier ^ood en had eenen zuren smaak, de vloeistof in het glas d
integendeel kleurde rood papier blaauw en had eenen loogsmaak.
Men giete de laatste langzaam en eindelijk slechts droppclsgewijze
bij de eerste en beproeve het mengsel gedurig door het insteken
van reepjes blaauw en rood reageerpapier; er zal een tijdstip ko-
men , waarop de kleuren van beide papieren niet meer veranderd
worden: proeft men nu de vloeistof, zoo bespeurt men niets meer
van den zuren en loogachtigcn smaak. Zij smaakt zwak zoutach-
tig , en heet nu neutraal of onzijdig. Het phosphorzuur heeft zich
met het sodiumoxyde chemisch verbonden, er is een nieuw lig-
chaam ontstaan, dat met de ligchamen, waaruit het is zamenge-
steld, niet de geringste overeenkomst heeft. Om hetzelve naauw-
keuriger te kennen, behoeft men de vloeistof slechts op eene warme
plaats zoo lang te laten staan, tot dat het water verdampt is, het
blijft dan in kleine kristallen over. Men noemt zulk eene verbin-
ding, die uit een zuur en eene basis bestaat, een zout. Het hier ver-
kregene zout, phosphorzuur sodium-oxyde, heet een oplosbaar zout,
dewijl het door bij voegiag van water weder in eene heldere vloei-
stof overgaat.
72. Proef. Men giete in het glas, dat het bij proef 63 ge-
vormde koolzuurgas bevat, eenig kalkwater en schudde dit om; de
vloeistof zal melkachtig worden cn wanneer men haar stil laat
staan, een wit poeder afzetten. De kalk in het kalkwater is eene
basis, zoo als het sodiumoxyde; zij verbindt zieh met het kool-
zuur , eveneens weder onder neutralisatie der zure en basische eigen-
schappen, doch het gevormde zout (koolzure kalk of kunstmatig
krijt) is onoplosbaar in water, scheidt zich derhalve daarvan af.
Dat hierbij koolzuurgas verdwijnt en tot een vast ligchaam ver-
digt wordt, blijkt daaruit, dat de vinger, waarmede men de ope-
ning van de glazen flesch gedujende het omschudden gesloten houdt,
vast gezogen wordt, cn uit het instroomen van de lucht, als men
den vinger weg neemt.
73. Proef. Geheel daarmede overeenkomende verschijnselen
neemt men waar, wanneer men kalkwater in de flesch van proef
64 giet; de scherpe reuk van het daarin bevatte zwaveligzuur ver-
dwijnt, daar dit laatste zich met den kalk verbindt. Het gevormde
zout (zwaveligzure kalk) is moeijelijk oplosbaar in water, het zakt