Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ocenigt der dierlijke stoffen.
553
levende dierlijke ligehaam eene onophoudelijke beweging, een voort-
durend opnemen (eten, drinken, ademen) , veranderen (verteren,
assimileren), en uitscheiden (excemeren , seceneren) van gasvor-
mige , vloeibare en vaste stoffen.
2. In chemisch opzigt onderscheidt zich het dierlijke leven van
het plantaardige, hoofdzakelijk door eene onafgebrokene opneming
van zuurstof en uitscheiding van koolzuur eu water. Gedurende
het leven der plant wordt koolzuur en water opgenomen en zuur-
stof afgescheiden.
3. Ter voeding van het dierlijk ligehaam dienen behalve lucht,
water en eenige zouten, slechts zulke stoffen, die door het plant-
aardig of dierlijke leven worden voortgebragt. De plant voedt zich
met koolzuur, water en ammonia, het dier met plantenvezels,
suiker, gom, vet enz. en met eiwitstoffen, kleefstof, eiwit, ca-
seïne, vleesch, bloed enz.
4. De eerste reeks der opgenoemde voedingsmiddelen, de kool-
stofrijkc, dienen ter onderhouding van het ademhalingsproces en
ter voortbrenging der dierlijke warmte; de tweede reeks, de stik-
stofrijke voedingsmiddelen diencn"^er onderhouding van het voe-
dings- of vormingsproces.
5. De dierlijke stoffen kunnen verdeeld worden:
I. naar hare zamenstelling:
a. in stikstofvrije (vet, melksuiker enz.);
b. in stikstofhoudende, eiwitachtige stoffen (eiwit, caseïne,
vleesch, fibrine);
c. iu stikstofhoudende, lijmgevende stoffen (pezen, banden,
kraakbeen);
d. in stikstofhoudende excretiestoffen (pisstof, piszuur, hip-
purzuur);
II. naar haar voorkomen en hare vorming in het ligehaam :
a. in producten van de spijs verteering;
b. » » t u ademhaliug;
c. bestanddeelen van den bloedkoek;
d. // der bloedwei;
6. V van het vleesch enz.;
f. « der beenderen enz.;
g. » der huid, haren enz.;
h. bestanddeelen der secretie- cn excretiestoffen (melk, gal,
urine enz.).
C. Dc veranderingen, die de dierlijke stoffen onder den invloed
w