Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
De vaste excrementen en de urine. 551
staat in de zelfde behandeling, die wii gevolgd hebben om uit de
urine pisstof te vervaardigen.
662. Het piszuur (aeidum uricum) komt voor in de urine der la-
gere dierklassen; de witte excrementen der vogels en slangen (meng-
sels van urine en faeees) bestaan bijna geheel uitpiszure ammonia.
Proef*. Een lood gedroogde duivenmest wordt met zeer ver-
dunde potasch eenigen tijd gekookt; houdt men een rood lak-
moespapier in den ontwijkenden damp, dan bemerkt men dat daarbij
eene ruime hoeveelheid ammonia ontsnapt. De vloeistof wordt ge-
filtreerd en met zooveel zoutzuur gemengd, tot dat zij even zuur
is. De daarbij afgescheiden kristallen bestaan uit onzuiver acidum
uricum.
In zuiveren toestand bestaat het uit fijne , witte kristalblaadjes,
die in water hoogst moeijelijk oplosbaar zijn. Ten gevolge van
deze moeijelijke oplosbaarheid scheidt het zich dikwijls van zelf
uit de urine af (steen, blaassteenen). Laat men excrementen,
die rijk aan piszuur zijn, langen tijd aan dc lucht liggen, zoo zui-
gen zij zuurstof op en bevatten dan oxalziire ammonia; neemt
deze nog meer zuurstof op , dan^aat zij in koolzure ammonia
over. Hierdoor verklaart zich, waarom men in vele guanosoortcn
dikwijls slechts sporen van piszuur, maar groote hoeveelheden
oxalzure zouten aantreft.
66-3. De guano (vogelmest), die in de laatste jaren als bemes-
tingsmiddel zoo ontzettend veel opgang heeft gemaakt, is hare
werkzaamheid gedeeltelijk verschuldigd aan het piszuur, dat zij
bevat, of voor zoover dit reeds eene ontleding heeft ondergaan,
aan de daaruit gevormde ammoniazouten, gedeeltelijk echter ook
aan de daarin voorhandene anorganische zouten (zwavelzure, phos-
phorzure en zoutzure potasch-, soda-, kalk- en magnesiazouten).
Bij het aantal soorten van guano en het bedrog, dat er mede ge-
pleegd wordt, is het voor den landman van belang, ze voor hare
aanwending te onderzoeken. Dit geschiedt voor landhuishoudkun-
dig gebruik naauwkeurig genoeg op de volgende wijze :
Proef. a. Men overgiete eenige guano met sterken azijn; daarbij
mag geene merkbare opbruising plaats hebben. Eene sterke opbrui-
sing zoude op eene bijmenging van krijt duiden.
Proef. b. Men verhitte 1 lood guano in een ijzeren lepeltje
boven eene wijngeestlamp of op gloeijende kolen zoo lang, tot
dat zij tot eene witte asch verbrand is; goede guano behoort
hoogstens 1 drachme asch achter te laten. Hoe veel alkalische