Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
])e vaste excrementen cn de urine. 549
zouten, zoo zullen de urine arm, de faeces rijk aan zouten zijn.
Alzoo laat zich het gehalte van anorganisehe stoffen bij de dier-
lijke excrementen, even zoo goed uit het voedsel, als uit de
faeces zelve bepalen. Men behoeft het slechts te verbranden en de
overblijvende asch te onderzoeken; wat daarvan in water oplosbaar
is, komt overeen met de zouten in de urine, het overige met die
der faeces. In de urine der koeijen en paarden treffen wij hoofdza-
kelijk koolzure, zoutzure en zwavelzure alkaliën (potasch, soda,
ammorda) aan , in de urine der menschen daarenboven phosphor-
zure alkaliën.
661. De stikstof is in de urine of in den vorm van pisstof
(ureum), of van piszuur, of van hippurzuur voorhanden. Daaren-
boven bevat de urine creatine en Creatinine , even als de vlcesch-
vloeistof (640).
De pisstof komt in groote hoeveelheid voor in de urine der hoo-
gere dierklassen, vooral die der vleeschetende zoogdieren. Zij kris-
talliseert iu kleurlooze naalden of zuilen en is in water oplosbaar.
In wetenschappelijk opzigt is dit ligehaam vooral daardoor belang-
rijk geworden, dat het de eerste Organische stof is, die men in
staat is geweest, kunstmatig na te maken. Men heeft namelijk
bevonden, dat cyanzure ammonia, zonder eenig verlies of eenige
opname van bestanddeelen , door enkele verhitting in pisstof werd
veranderd.
Proef. Men vermenge 2 lood goed gedroogd geel bloedloogzout
met 1 lood bruinsteen en verhitte het mengsel op een ijzeren plaatje
boven eene spiritusvlam, het zal daarbij, wanneer het heet genoeg
geworden is, als tonder verglimmen, onder achterlating eener
bruinzwarte massa. In het geel bloedloogzout is eyankalium bevat,
het cyan en de potasch nemen beide zuurstof op en worden daar-
door cyanzure potasch.
C,- N -I- O Ka + O
geven C, N O, Ka O cyanzure potasch.
Behandelt men de teruggebleven massa met water, dan wordt
dit zout opgelost. De gefiltreerde vloeistof wordt nu met ecue
oplossing van zwavelzure ammonia vermengd , daarbij heeft eene
omwisseling van bestanddeelen plaats, zoodat er nu
C. N O, N H.0 en SO,, Ka O
Cyanzure ammonia Zwavelzure potasch
worden gevormd. Wordt de vloeistof even gekookt, dan heeft