Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
548 Dierlijke stoffen.
658. Beenderenmeel. Reeds voor vele jaren heeft men in En-
geland begonnen, om ongebrande beenderen tot grof poeder ge-
malen , en insgelijks wit of zwart gebrande beenderen als bemes-
tingsmiddel voor het land te gebruiken eu dit voorbeeld is ook in
andere landen met den besten uitslag nagevolgd. Waardoor zij de
vruehtbaarheid der velden verhoogen, valt gemakkelijk in te zien;
de gebrande beenderen leveren aan de aarde twee anorganische
stoffen, die elke plant tot hare ontwikkeling noodig heeft, name-
lijk kalk en phosphorzuur; ongebrand geven zij daarenboven door
het lijmgevend weefsel, dat zij bevatten, nog ammonia.
VIII. DE VASTE EXCKEMENTEN EN DE UEINE.
659. Hetgeen van de genoten spijzen niet bruikbaar is ter voe-
ding , dat is , ter verandering in de bestanddeelen van het dierlijk
ligchaam , of hetgeen in de nimmer stilstaande stofwisseling, die
wij leven noemen , niet meer kan opgenomen worden, dat wordt
of in luchtvormigen toestand, door uitademing en uitwaseming, of
vloeibaar, als urine, of eindelijk in vasten toestand, als vaste
excrementen uit het ligchaam verwijderd. Deze beide laatste stof-
fen zijn van veel gewigt voor den geneesheer zoowel als voor den
landbouwer; de eerste toch kan menigmaal uit haren toestand tot
den aard der ziekte besluiten, terwijl de laatste ze als eene voor-
treffelijke mest voor zijne landen hoog schat.
De vaste excrementen (facces) bestaan grootendeels uit die be-
standdeelen der spijifen, die in de maag niet opgelost, niet ver-
teerd zijn geworden , bij de plantetende dieren hoofdzakelijk plan-
tenvezels , bladgroen, was en onoplosbare zouten; bij de vleesch-
etende , b. V. bij den hond, dikwijls bloot uit anorganische stoffen,
als phosphorzure kalk, magnesia enz., met een gering inmengscl
van organische stoffen. Hun weldadige invloed op de vegetatie
berust voornamelijk op de anorganische verbindingen, die zij be-
vatten (kalk cn magnesia, phosphor- en kiezelzuur).
660. Door de urine, die in de nieren uit het aderlijk bloed
wordt afgescheiden, worden de overbodige oplosbare zouten van
het voedsel, benevens de voor het levensproces niet meer noodige
stikstof uit het ligchaam gebragt, en hieruit volgt, dat hare be-
standdeelen even als die van de facces, zieh geheel naar het voed-
sel rigten. Is dit rijk aau oplosbare zouten, zoo bevat ook de
urine er vele; bevat het weinig oplosbare, maar veel onoplosbare