Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
De beenderen. 547
in eenen goed gcdekten pot of smeltkroes, zoo wordt het zwart;
het wordt beenderenkool (zwart gebrande beenderen, beenzwart enz.).
Daar de lucht bij deze verbranding geenen toegang had, zoo heeft
er slechts eene onvolkomene verbranding, eene verkoling van het
lijmgevend weefsel plaats en de beenaarde blijft terug, innig ge-
mengd met de gevormde kool.
Proef. Wordt beenderenkool met verdund zoutzuur overgoten en
eenigen tijd aan eenige matige warmte blootgesteld, zoo lost zich
de beenaarde op en de kool kan afgeliltreerd, uitgewasschen en
gedroogd worden. Van 2 lood beenderenkool verkrijgt men slechts
^—>. drachme kool, maar deze heeft, door haren uiterst fijnver-
dcelden toestand eene zoo groote ontkleurende kracht, dat deze 2
lood beenderenkool in dit opzigt veel meer waard zijn, dan eene
even groote hoeveelheid houtskool. Vermengt men de gefiltreerde
vloeistof met ammonia, zoo wordt de opgeloste phosphorzure kalk
als een wit poeder gepraecipiteerd , daar het zoutzuur door de
ammonia wordt geneutraliseerd en dientengevolge de eigenschap
verliest, om de beenaarde opgelost te houden.
G5G. Legt men een goed van vleesch en vet ontdaan been in
eeu glas, dat met verdund zoutzuur gevuld is, dan zal men be-
merken, dat het langzamerhand week en doorschijnend wordt en
eindelijk tot eene kraakbeenige, doorschijnende massa overgaat.
Hoe het zoutzuur werkt, blijkt uit de vorige proef; het lost de
beenaarde openlaat het lijmgevend weefsel achter, hetwelk zoo-
wel in water als in zoutzuur onoplosbaar is. Neemt men dit over-
blijvende gedeelte uit het zuur en kookt men het, na behoorlijke
uitwassehing, eenigen tijd met water, zoo gaat het tot lijm over
en meu verkrijgt alzoo eene vloeistof, die bij bekoeling stolt. Deze
weg wordt veel gevolgd om lijm te bereiden. De zure oplossing
van beenaarde wordt als bemcstingsmiddel aangewend en hoog ge-
schat. Dat de beenaarde er werkelijk in opgelost is, erkent men
bij toevoeging van ammonia.
C57. Bij het uitkoken der beenderen met water, lost zich be-
halve het vet, dat daarin bevat is, slechts het lijmgevend weefsel
van de buitenste deelen der beenderen op, men kan het er echter
volkomen uittrekken door het koken in gesloten vaten te doen
plaatshebben, daar het water dan door de hooge drukking tot iu
het inwendige der beenderen gedreven wordt. Hetzelfde doel be-
reikt men door aanwending van waterdampen van groote spanning.
Volgens beide deze methoden wordt de lijm fabriekmatig bereid.