Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
De huid. 545
verbonden heeft; het is, wanneer het nu met olie of vet is door-
trokken, lenig, buigzaam en moeijelijk doordringbaar voor water,
ook gaat het in vochtigen toestand niet meer tot rotting over.
Op eene andere wijze worden huiden in leder veranderd door
ze met sommige zouten volkomen te doortrekken; voornamelijk
met aluin cn keukenzout, en ze daarna met vischtraan en andere
vetten te doorweeken (walken); het zoo daargestelde leder is wit
van kleur en buigzamer dan het vorige (witlooijerij). Nog zach-
ter, zoogenoemd zeemleder verkrijgt men, zonder aanwending van
run of aluin , door aanhoudend walken der huiden met vetten.
Zoo verwerken ook de Indianen dierenhuiden tot een zacht leder,
door ze met de in heet water geweekte hersenen zoo lang zame^ te
kneden, tot dat zij met het hersenvet geheel doordrongen zijn.
Spant men geweckte en van haar bevrijde dierenhuiden in ra-
men uit cn wrijft men ze , onder het droogen, met puimsteen, tot
dat zij glad en effen geworden zijn, dan verkrijgt men het dunne,
doorschijnende, stijve en elastische perkament (zwijnsleder). Door in-
wrijving met krijt wordt het wit en ondoorschijnend, door bestrij-
king met loodwit cn vernis glänzenden glad (schrijfperkament).
649. Voor dat de huiden op de eene of andere wijze gelooid
kunnen worden, moet men ze eerst van de haren ontdoen. Dit
geschiedt eenvoudig door afsehaving, nadat de huid vooraf onder
den invloed van vochtigheid en warmte of door gebranden kalk
tot aanvankelijke rotting is overgegaan. Ook zwavclealeium kan
hiervoor gebruikt worden (405).
650. De lijm gaat, even als andere dierlijke stoffen, bij aan-
wezigheid van lucht cn water, gemakkelijk tot rotting over en geeft
daarbij, daar zij zeer rijk aan stikstof is, veel ammonia; en geen
wonder dus, dat zij den groei der planten krachtig bevordert. Op
eene waarlijk verrassende wijze kan men deze werking waarnemen ,
wanneer men eenen hyacinth tusschenbeide met lijmwater begiet,
of wanneer men eenen hyacinthenbol in de aarde graaft, na hem
met hoomspanen omwikkeld te hebben.
051. Wordt lijm lang met potaschloog gekookt, zoo ontstaat
er, nevens eenige andere ontlcdingsproduetcn, een in naalden kris-
talliserend, eigenaardig ligchaam van eenen zeer zoeten smaak, aan
hetwelk men den naam van lijmsuiker gegeven heeft.
652. Van deze gewone lijm verschilt eenigzins de lijm, die men
uit jonge, nog niet goed hard geworden beenderen en uit de kraak-
beenigc deelen van het dierlijk ligchaam, b. v. uit do luchtpijp,
35