Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
544 üinrlijke stoffen.
komt men eene volkomene, doorschijnende oplossing, die zelfs bij
honderdvoudige verdunning bij bekoeling nog stolt. De aanwen-
ding van lijm als aanhechtingsmiddel is wel bekend; wanneer men
er wat loodwit of wat borax (op 1 pond ongeveer 2—3 lood) bij-
voegt, wordt hare hechtkracht nog veel vermeerderd.
Tot het lijmgevend weefsel behooren ook do zwemblazen der
visschen, inzonderheid die der steuren. Deze ontdoet men van de
buitenhuid, droogt ze en brengt ze in blaadjes of in zamengerolde
ringetjes onder den naam van vischlijm in den handel. Deze lijm
geeft bij koking met water eene kleur- en reuklooze oplossing ,
die veel als kleefmiddel, of op doek uitgestreken als engelsche
pleister (court-plaster) , of met vruchtsappen en suiker vermengd
ter bereiding van allerhande geleisoorten wordt gebruikt.
Het gewei der herten is insgelijks rijk aan lijmgevend weefsel
en wordt daarom, fljngcraspt veel gebruikt, om na koking met
water ccne in de koude stollende vloeistof te verkrijgen (herst-
hoomgelei).
Kleine hoeveelheden lijmgevend weefsel komen ook in vleeseh
voor en geven aan het vlcfesChnat de eigenschap, om bij bekoe-
ling tot eene bewegelijke gelei te stollen. Vooral is dit bij jeugdig
vleeseh (kalfsvleesch) het geval.
648. Lijm en looizuur. Proef. Giet men bij lijmwater of
vleeschnat een weinig galnotentinctuur; zoo verkrijgt men een
vlokkig nederslag, eene verbinding van lijm met looizuur, die in
water onoplosbaar is en de eigenschap heeft, van zonder te ver-
rotten in vochtigen toestand aan de lucht te kunnen blijven liggen.
Lijm is derhalve zeer geschikt, om vloeistoffen, b.v. wijn, verw-
pappen enz. van een gehalte aan looizuur te bevrijden.
Van veel meer gewigt eehter is de vermelde werking van looi-
zuur op lijm, omdat daarop de bereiding berust van eene onzer
meest onontbeerlijke stoffen , het leder. Het lijmgevend weefsel van
dierlijke huiden wordt op dezelfde wijze als de lijm door looizuur
veranderd, wanneer men ze met afwisselende lagen fijn gesneden
eiken- of lindenbast (run) in eenen kuil te zamen pakt en met
water bevoclitigd, zoo lang te zamen laat, tot dat de huiden
geheel met de looistof der boomschorsen doortrokken zijn (run-
looijcrij). Sneller heeft dit doortrekken plaats, wanneer men de
huiden in looistof bevattende vloeistoffen dompelt (snellooijerij).
Het bruine zool- en bovenleder bestaat derhalve uit dierlijk cel-
weefsel , waarvan het lijmgevend weefsel zich innig met looizuur