Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
546 Dierlijke stoffen.
slechts in zeer geringe hoeveelheid in de bouillon bevat is. Uit
dien hoofde zijn dan ook de zoogenaamde soep of bouillonkoekjes,
die bijna geheel uit lijm bestaan en die men veel in Engeland en
Erankrijk vervaardigt, niet in staat om eene goede en krachtige
bouillon te geven.
644. Pekelvleesch. Het is eene algemeen bekende wijze, om
het vleesch langen tijd voor bederf te bewaren, dat men het in-
zout, d. i. met keukenzout inwrijft en bestrooit en eenen tijd lang
op elkander gestapeld en geperst liggen laat. Hierbij trekt het
zout 4 tot ^ van de vleesehvloeistof uit en vormt daarmede den
zoogenaamden pekel. Daar nu met dezen pekel een groot gedeelte
van het voedzame eiwit, van de ter spijsvertering noodige melk-
zure en phosphorzure zouten en van de creatine en creatinine uit
het vleesch verwijderd worden, zoo moet het daardoor noodzakelijk
aan voedzaamheid verliezen en het is niet onwaarschijnlijk, dat
daarin de reden ligt, waarom een aanhoudend gebruik van gezouten
vleesch, zoo als b. v. op lange zeereizen plaats heeft, scheurbuiken
andere ziekten ten gevolge heeft. Men doet daarom zeker beter,
het inzouten van het vleesch niet te lang voort te zetten.
V. DE GAL.
645. De gal zondert zich in de lever uit het aderlijke bloed af;
zij bestaat uit eene dikke, geelgroene vloeistof, die zeer bitter van
smaak is. Schudt men gal met water , zoo schuimt de vloeistof
even als zeep op eu ook tegenover vettige ligchamen verhoudt zij
zich even als eene zeepoplossing ; daarom gebruikt men dikwijls gal
om zijden stoffen te wassehen, die door aanwending van zeep hare
kleur zouden verliezen. De met haren inhoud gedroogde galblaas
der karpers maakt een handelsartikel uit.
Froef. Wanneer men een weinig karpergal of eenige droppelen
versche ossengal in weinig water oplost en de vloeistof langza-
merhand met zoo veel engelsch zwavelzuur vermengt, tot dat het
zich vormend nederslag wederom volkomen opgelost is, zoo ver-
krijgt men een vocht, dat, wanneer men er een droppel suikerwa-
ter of dunne stijfselpap bijvoegt, eene prachtig violette kleur aan-
neemt , indien het namelijk door toevoeging van zwavelzuur niet
al te heet geworden was. Men kan op deze wijze hoogst kleine
hoeveelheden van suiker of zetmeel, of omgekeerd van gal op-
sporen.