Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
540 Dierlijke stoffen.
rv. DE SPIEKEN.
Wat moii in het dagelijksehe leven mager vleeseh (spieren)
noemt, is eveneens (637) dierlijke fibrine. De spieren zijn bundels
van fijne vezelen, die met eelweefsel, zenuwen en aderen door-
weven en met eene waterige vloeistof, de vleesehvloeistof innig
doordrongen zijn.
640. Yleesehvloeistof. Proef. Men hakke J pond mager vleeseh
zeer fijn, overgiete het met J pond water en perse de vloeistof,
nadat men ze een kwartier heeft laten staan, door een linnen lapje,
het overblijfsel wordt nog eens met dezelfde hoeveelheid water
overgoten en de hiervan verkregen vloeistof met de andere vermengd.
In de verkregene , roodachtig gekleurde vleesehvloeistof zijn bijna
alle oplosbare eu daarmede ook alle smakende en riekende bestand-
deelen van het vleeseh bevat. Verhit men ze tot 60°, zoo zondert
er zich eene schuimige massa af, die uit gestremd eiwit bestaat.
Kookt men de vloeistof, nadat dit praecipitaat afgefiltreerd is,
eenen tijd lang, zoo ontstaat er eene nieuwe troebelheid, die van
het bloedrood en de fibrine vaft het te gelijk uit het vleeseh uit-
getrokken bloed (636), welke bij de kookhitte insgelijks stremmen,
afkomstig is. Het nu overblijvende zure vleeschnat (bouillon) bevat
vrij phosphorzuur en melkzuur, phosphorzure en melkzure alkaliën
(veel potaseh, weinig soda) en nevens eenige nog niet naauwkeu-
rig onderzochte organische stofi'en, een kristalliseerbaar, indifferent
organisch ligchaam (crea'tine) en een kristalliseerbaar, basiseh orga-
nisch ligchaam (Creatinine). Door verdamping wordt het sap geel en
eindelijk bruin (jus); dampt men het tot droogwordens toe uit,
zoo blijft er eene donkerbruine, weeke massa (vleeschextract) over,
waarvan 1 lood genoegzaam is, om 1 pond water, dat met een
weinig keukenzout vermengd is, in eene sterke en smakelijke
vleesehsoep te veranderen.
641. Spiervezelen. Proef. Kookt men het overblijvende vleeseh
van de vorige proef eenige uren lang met water, zoo verkrijgt men
eene vloeistof, die na bekoeling tot gelei stolt; zij bestaat hoofdza-
kelijk uit eene oplossing van lijm, terwijl de bovenop drijvende
vetoogjes van het vet van het vleeseh afkomstig zijn. Wat over-
blijft zijn spiervezelen, eene melkwitte, harde, smaak- en reuk-
looze, vezelachtige massa, die in dezen toestand moeijelijk te ver-
teren cn weinig voedend is.
Omtrent de quantitatieve zamenstelling van het vleeseh geeft de