Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het bloed. 539
ringen. Van Let Lart stroomt Leiderrood bloed door de slagaderen
(arteriën) naar alle deelen van Let ligchaam; van daar keert Let,
donkerder gekleurd , door de aderen (venen) naar het hart terug.
Voor dat het eehter nu zijnen loop op nieuw begint, wordt het
door de longen gedreven, waar het met de ingeademde lueht in
innige aanraking komt en daardoor eene hoogst merkwaardige
verandering ondergaat. Terwijl namelijk bloed en lucht met
elkander in (aanraking zijn, gaat het donkergekleurde aderlijk bloed
weder tot helderrood slagaderlijk bloed over en daarbij verliest de
lueht een gedeelte van hare vrije zuurstof en ontvangt kool-
zuur en waterdamp daarvoor in de plaats; de uitgeademde lueht
is derhalve arm aan zuurstof, rijk aan koolzuur en waterdamp.
De verandering, welke de lucht hier ondergaat, is, gelijk wij
zien, volkomen gelijk aan die, welke bij het verbrandingsproces
plaats heeft; ook hier wordt immers zuurstof tegen koolzuur en
water geruild. Ja, de overeenkomst wordt nog grooter, wan-
neer men bedenkt, dat ook in het dierlijk ligchaam, zoo lang
het leeft en ademt, warmte vrij wordt, en dat ook het geno-
ten voedsel in hetzelve, op het wtónige na, dat als excrementen
wordt afgescheiden, verdwijnt, even als het hout in den oven en
de olie in de lamp. Dit verdwijnen heeft volkomen op dezelfde
wijze plaats, als dat van het hout of van de olie, het is eene
verandering in gasvormige verbindingen , in koolzuur en water,
die gedeeltelijk uitgeademd, gedeeltelijk door de hmd uitgewa-
semd worden. Tot dit proces worden naar alle waarschijnlijk-
heid hoofdzakelijk de stikstofvrije voedingstoffen, amylum, suiker,
gom, vet, melkzuur en andere orgauische zuren, bier, wijn enz.
verbruikt.
Eenigzins anders is het daarentegen gelegen met de voedingstoffen,
die stikstof en zwavel (en phosphor) bevatten; deze dienen ter
vorming vsn bloed, waarmede zij, wat hare bestanddeelen aangaat,
ook geheel overeenkomen. Door middel van het bloed gaan deze
stoffen, eiwit, fibrine enz. dan naar alle deelen des ligchaams en
worden hier iu spiervezels en cellen, daar iu zenuwen, kraakbeen,
haar, nagels enz. veranderd. De stikstof- en zwavelhoudende en
andere stotfen, benevens dc zouten , die in het ligchaam overbodig
zijn, wordt door de vaste excrementen en de urine verwijderd.
Men moet echter niet uit het oog verliezen dat ook bij de omzet-
tingen die deze in het ligchaam ondergaan, warmte ontstaat en
dat dus ook zij ter onderhouding der dierlijke warmte dienen.