Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
536 Dierlijke stoffen.
sap, eene vloeistof, die door de inwendige oppervlakte der maag,
het slijmvlies, wordt afgescheiden en vrij zoutzuur en chloorso-
dium bevat en gaan daardoor tot eene oplosbare, witte, brijach-
tige massa, spijsbrij ofchymus, over. Het zoutzuur ontstaat steeds
door eene in het ligchaam plaats hebbende ontleding van het ge-
noten chloorsodium en is ter oplossing (vertering) der spijzen on-
misbaar. Hoe het werkt, kan men proefondervindelijk nagaan,
door een kunstmatig maagsap te bereiden. AVanneer men namelijk
water, dat met zoutzuur zwak zuur gemaakt is, eenen dag met
een stukje van het slijmvlies eener varkensmaag in aanraking laat,
verkrijgt men eene vloeistof, die bij eene temperatuur van 30—40°
vleeseh, hard eiwit en andere spijzen in staat is op te lossen,
üit de spijsbrij wordt al het oplosbare, gedurende haren doorgang
door het darmkanaal, door de wanden van hetzelve opgenomen en
als voedingvoeht (chyl) in het bloed gebragt. De veranderingen,
die de spijzen in ons ligchaam ondergaan zijn derhalve de volgende :
uit het voedsel ontstaat spijsbrij, hieruit voedingvoeht en vervol-
gens bloed ; uit het bloed vormen zich verder al de organen ,
weefsels enz., die wij in het dierlijke ligchaam aantreffen, even
als zich uit het plantensap alle organen en bestanddeelen der plan-
ten vormen.
ni. HET BLOED.
Even als de melk, zoo bestaat ook het bloed uit eene water-
heldere vloeistof, waarin kleine bolletjes drijven, die eerst onder
het mikroskoop zigtbaar zijn; deze bolletjes dragen den naam van
bloedligchaampjes en hebben eene roode kleur,
036. Froef, Laat men het bloed van een dier eenigen tijd aan
zich zeK over, zoo ondergaat het weldra eene verandering; het
stolt namelijk tot eene donkerroode gelei, die zich na eenigen tijd
zamentrekt (bloedkoek) en eene geelachtige vloeistof (bloedwei) af-
scheidt. Wordt deze laatste aan de kook gebragt, zoo stolt zij an-
dermaal , daar zij namelijk uit eene oplossing van eiwit bestaat. In
den bloedkoek zijn twee stoffen vereenigd, waarvan de eene zich
bij langdurig uitwasschen met water oplost (bloedrood, het hoofd-
bestanddeel der bloedligchaampjes), terwijl de andere als eene
witte, vezelachtige massa terugblijft (fibrine). Alzoo zijn de voor-
naamste nadere bestanddeelen van het bloed: water , eiwit, bloed-