Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
De melk.
535
biiidiagen zijn overgegaan, eene asch over , die uit potaseh, soda ,
kalk, magnesia en ijzeroxyde, benevens veel phosphorzuur, zwavel-
zuur en chloor bestaat.
634*. De melk der verschillende zoogdieren verschilt bijna
alleen in de onderscheidene verhouding, waarin de afzonderlijke
bestanddeelen daarin voorkomen. De koemelk is het meest onder-
zocht. Van hare zamenstelling kan het volgende overzigt een denk-
beeld geven.
100 deelen versclie koemelk bevatten
Water 87 deelen
Caseïne cn eiwit 4^ u
Boter 3 »
Melksuiker 4.J »
Minerale stoffen ' u
100
of in ronde cijfers, die gemakkelijk in het geheugen kunnen ge-
prent worden, de melk bevat 12 ten honderd vaste stoffen , waar-
van I door de proteïnestoffen , j. d^or de melksuiker en i door de
boter eu de minerale stoffen wordt uitgemaakt.
635. Spijsverteering. Overziet men de behandelde bestand-
deelen vau het ei en de melk, dan vindt men daarin de volgende
grondstoffen:
in de melk:
water = H,0,
melksuiker} ' '
caseïne
eiwit
schaal en andere ) Ca,Na,K,re, anorganischie
iu het ei:
water = H,0,
eijcroJie = H,0,C,P,
eiwit = H,0,C,N,S,P,
= H,0,C,N,S,P,
Ca,Na,K,Mg,Fe,
anorg. stoffen J P,S,C1,0, stoffen. ] P,S,C1,0.
Volkomen dezelfde en geene andere elementaire stoffen worden
ook in het dierlijke ligchaam aangetroffen en het besluit ligt dus
voor de hand: de bestanddeelen van het ei worden bij het uit-
broeden tot vorming van den jongen vogel, en de melk, het voed-
sel der jonge zoogdieren, tot den groei en de voeding van het
ligchaam der laatsten verbruikt. Hetzelfde geschiedt met de be-
standdeelen der plantaardige en dierlijke stoffen, die ons voedsel
uitmaken. In de maag vermengt zich het voedsel met het maag-