Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
532 Dierlijke stoffen.
maakt. Zuivere caseïne is in zuiver water onoplosbaar, maar zij
wordt opgelost, wanneer er alkaliën voorbanden zijn; en daar
deze in de melk voorkomen, zoo is de caseïne in opgelosten toe-
stand daarin voorbanden. Door toevoeging van zuren wordt bet
alkali (soda) weggenomen en de caseïne wordt onder de bekende
gedaante van verscbe kaas nedergeslagen. Caseïne behoort tot de
reeks der eiwitachtige ligehamen, en bevat dus behalve koolstof,
zuurstof en waterstof ook nog stikstof en zwavel.
627. Eiwit. Proef. Tiltreert men het nederslag van caseïne
af en verhit men de doorgeloopen vloeistof tot aan het kookpunt,
zoo wordt zij troebel; hetgeen zich afzondert, is eiwit, waarvan
ook eene kleine hoeveelheid in de melk voorkomt.
628. Troef. Laat men een klein stukje van eene gedroogde
kalfsmaag (lebbe) eenen nacht met eenen lepel water staan en giet
men daarna dit water bij eene hoeveelheid versche melk, dan zal
deze, wanneer men haar eenige uren op eene warme plaats laat
staan, tot eene geleiachtige massa stremmen, die men op een fil-
trum kan verzamelen. Deze massa is een innig mengsel van on-
oplosbaar geworden caseïne mfét de vetkogeltjes der melk. Zij
wordt uitgeperst, ingezout en gedroogd en stelt dan onze gewone
zoetemelksche kaas daar.
Gebruikt men hiertoe geen versche maar afgeroomde (van de
boterkogeltjes grootendeels bevrijde) melk, dan verkrijgt men de
zoogenoemde magere kazen , die dikwijls sterk gekruid worden
(Leidsche kaas, koraijnkaas).
In verschen staat is de afgescheiden caseïne brokkelig, ondoor-
schijnend wit en smakeloos *) ; maar gedurende het bewaren
wordt zij vaster, taaijer, meer of min doorschijnend en neemt
daarbij den eigendommelijken kaassmaak aan. De caseïne onder-
gaat hierbij eene scheikundige verandering, die nog niet naauw-
keurig bekend is.
629. Melksuiker. Proef. De doorgeloopen vloeistof (zoete
wei) wordt door koking van eiwit bevrijd en na filtrering zoo
ver ingedampt, tot dat er slechts eenige looden meer van overig
zijn. Op eene warme plaats zetten zich daaruit harde, zuilvormige,
witte kristallen van melksuiker af (473). Op deze wijze bereidt
*) Wat wij ruting en hangop noemen in de taal des gewonen levens,
is nifts dan versche gecoaguleerJe caseïne, wier smaak, gelijk wij weten,
hemelsbreed van dien van eigenlijke kaas verschillend is.